‘Infiltrerende bestrating kan overal, als je de juiste keuzes maakt’

Gepubliceerd 5 mei 2020

In het onderzoeksproject ‘De infiltrerende stad’ doen onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam, Rotterdam en de Hanzehogeschool Groningen onderzoek naar infiltrerende bestratingen. Hoe werken deze en waarin verschillen ze van traditionele bestratingen? En hoe zorg je ervoor dat ze goed blijven werken? Het landelijk onderzoeksproject maakt deel uit van het lectoraat ‘Water in en om de stad’ van de Hogeschool van Amsterdam. De onderzoeksgroep ‘Klimaatbestendige stad’ voert het onderzoek uit. Tom Schoenmaker is één van de onderzoekers en hij vertelt meer over het onderzoek en de resultaten.

Wat is dat eigenlijk: infiltrerende bestrating?

‘Infiltrerende bestrating is bestrating waarin of waarlangs regenwater wegzakt in de ondergrond. Bij traditionele bestratingen loopt het regenwater meteen het riool in. Door infiltrerende bestrating toe te passen, houd je het water vast in de wegfundering. Van daaruit kun je het vertraagd afvoeren naar het riool of oppervlaktewater. Nog mooier is het als je het water gewoon kunt laten wegzakken in de bodem. Met infiltrerende bestrating voorkom je wateroverlast, en kun je water bewaren voor droge periodes. Het is dan ook de klimaatbestendige oplossing voor de stad: Onder elke straat een slootje!

De meest gebruikte typen zijn waterdoorlatende en waterpasserende bestratingen:

  • Waterdoorlatende bestrating is poreus als een soort spons. De bestrating is gemaakt van steen dat waterdoorlatend is. Dus het water zakt door de steen heen in de wegfundering.
  • Waterpasserende bestrating is gemaakt van dichte steen. Het water zakt niet door de steen zelf heen, maar door de voegen die tussen de stenen liggen. Bij deze bestrating zijn de voegen breder. Er zit een soort grit tussen de voegen waar het water makkelijk doorheen zakt.

Daarnaast zijn er nog twee andere typen infiltrerende bestrating, die niet in dit onderzoeksproject worden onderzocht:

  • Deze groene bestrating zie je bijvoorbeeld weleens bij parkeervakken, in de vorm van open tegels met gras ertussen. Daarmee ga je niet alleen wateroverlast tegen, maar draag je ook bij aan vergroening van de stad.
  • Waterbergende wegen. Dat zijn wegen die het regenwater weg laten stromen in de fundering of in wateropvang onder de weg. Bijvoorbeeld via kolken of putjes langs de weg. De kolken voeren het water af naar holle ruimtes in een speciale wegfundering. Waterbergende wegen kun je bij alle soorten bestrating toepassen, ook bij asfalt en dichte stenen zonder brede voegen.’

Hoe zijn jullie erbij gekomen om infiltrerende bestratingen te onderzoeken?

‘Met infiltrerende bestratingen kun je steden klimaatbestendiger maken. Maar doordat deze bestratingen vaak op een verkeerde manier zijn onderhouden of aangelegd, hebben veel gemeenten er negatieve ervaringen mee. Eind jaren ‘90 zijn infiltrerende bestratingen op de markt gekomen. Een groot aantal bedrijven ontwikkelde dit soort bestratingen en gemeenten legden ze toen ook aan. Maar er was te weinig kennis over de aanleg en het beheer en onderhoud. Zo heeft waterpasserende bestrating de neiging om dicht te slibben. En waterdoorlatende bestrating slijt sneller dan andere soorten bestrating.’

Wat is het doel van dit onderzoek?

‘Met dit onderzoek willen we gemeenten een handreiking bieden om infiltrerende bestratingen zo toe te passen dat ze goed werken, lang meegaan en makkelijk te onderhouden zijn. Zo kunnen ze er hun steden klimaatbestendiger mee maken, zonder dat ze tussendoor tegen verschillende knelpunten aanlopen. Eerst onderzoeken we hoe waterinfiltrerende bestrating in de praktijk functioneert. Met de data die we verzamelen, ontwikkelen we ontwerprichtlijnen voor de aanleg van infiltrerende bestratingen. En we stellen er een strategie mee op voor het beheer en onderhoud ervan. Zo willen we gemeenten helpen om infiltrerende bestratingen goed aan te leggen, en goed te beheren en onderhouden.’

Zijn er al resultaten van jullie onderzoek? En wanneer en waar komen de handreikingen voor gemeenten beschikbaar?

‘We zitten nu in de laatste fase van het onderzoek. De resultaten en ontwerprichtlijnen presenteren we op 17 september 2020 op ons eindsymposium op de Bouwcampus in Delft. De resultaten tot nu toe zijn samengevat in mijn presentatie tijdens het symposium ‘Waterinfiltrerende verharding’ in december 2019. Dat symposium, dat we hadden georganiseerd met RIONED en Stowa, was erg druk bezocht. We zijn erg blij dat er zoveel mensen op het symposium af kwamen, want we willen de kennis die we hebben opgedaan over waterinfiltrerende verharding, zoveel mogelijk verspreiden. Leuk aan dit onderzoek is trouwens ook dat we er veel studenten voor kunnen inzetten, omdat het praktijkgericht is en uit korte deelonderzoeken bestaat. En zij maken zo ook meteen kennis met deze technische oplossing. ’

Welke variant van infiltrerende bestrating heeft de voorkeur?

‘Voor een klimaatbestendige stad maakt het niet uit of je waterpasserende bestrating gebruikt of bijvoorbeeld waterbergende wegen. Maar waterdoorlatende bestrating zou de voorkeur hebben, als de steensoort sterk genoeg is. Het grote voordeel ervan is dat het een veel grotere capaciteit heeft dan waterpasserende bestrating. Je kunt er het hele oppervlak van de weg mee benutten. Het nadeel van waterdoorlatende bestrating is alleen nu nog vaak dat de stenen minder sterk zijn, doordat ze poreus zijn. Ze slijten eerder dan dichte stenen. Maar één van de bedrijven die aangesloten is bij het consortium, heeft een keramische steen ontwikkeld die waterdoorlatend is én veel sterker dan betonnen steen. Dit afvalproduct van de tegelindustrie is duurzamer, slijt veel minder snel en infiltreert ook goed. Deze steen heeft onlangs de RIONED-innovatieprijs 2020 gewonnen. In de gemeente Amsterdam gaan we er een pilot mee doen, om te bepalen welk onderhoud bij deze steen het beste werkt om de weg goed doorlatend te houden.’

Werkt infiltrerende bestrating overal? Waar wel en waar niet?

‘Als je infiltrerende bestrating goed toepast, moet ze overal kunnen werken. Maar het is heel belangrijk dat je de juiste keuzes maakt. En dat is voor veel gemeenten moeilijk, zij hebben daarbij behoefte aan heldere richtlijnen. Je moet bijvoorbeeld goed weten wat de ondergrond en de grondwaterstand is, en hoe hoog de verkeersintensiteit van de straat is. Hoe hoger de intensiteit, hoe sterker de wegfundering moet zijn. Voor alle ondergronden en verkeersintensiteiten zijn er oplossingen beschikbaar. In dit onderzoeksproject concentreren we ons vooral op de bovengrond: hoe zakt het water door de bestrating heen? De ondergrond is een ander verhaal. Daar spelen ook allerlei andere opgaven: het kabinet wil bijvoorbeeld dat we geleidelijk van het gas afgaan. Dat betekent dat gasleidingen eruit moeten om plaats te maken voor warmtenetten. Als je de ondergrond toch moet openbreken, biedt dat ook kansen om ruimte te maken voor waterberging. Hoe je dit flexibel kunt combineren, gaan we onderzoeken in ons volgende onderzoeksprogramma ‘De Waterbergende Weg’.’

Waarom is het eigenlijk zo moeilijk om infiltrerende bestrating te beheren en onderhouden?

‘Wat er vaak gebeurt: met waterdoorlatende of waterpasserende bestrating los je het probleem op van de waterman die zo zijn water kwijt kan. Maar je zadelt de wegbeheerder op met een probleem, die heeft geen flauw idee. Die ziet alleen dat de kwaliteit van de bestrating verslechtert. De waterman investeert in een oplossing, maar de wegbeheerder moet zijn bestrating ineens op een andere manier onderhouden. Dit probleem merken we in alle sessies. De oplossing is dat je beide partijen moet bedienen. Er moet dus ook meer budget komen voor onderhoud. En wegbeheerders moeten duidelijke richtlijnen krijgen voor hoe ze de bestrating het beste kunnen onderhouden. Dit alles kost tijd en energie, maar alleen dan kan infiltrerende bestrating goed werken.’

Het is dus heel belangrijk om bestrating met verschillende partijen aan te pakken. Waarom gebeurt dat niet?

‘Partijen en afdelingen werken weinig samen, omdat ze anders georganiseerd zijn en ook anders gefinancierd worden. Zo wordt het riool op een andere manier georganiseerd en gefinancierd dan het wegbeheer. Een waterbeheerder komt eens in de zestig jaar in de straat bij de rioolvervanging terwijl de wegbeheerder er een paar keer per jaar heen moet voor het beheer en onderhoud. Daardoor kijken ze anders aan tegen waterinfiltrerende bestrating. Ook bij de aanleg zie je het fout gaan doordat partijen niet samenwerken. Zijn de voegen van een waterpasserende weg dichtgeslibd? Dan ligt dat volgens de wegbeheerder bijvoorbeeld aan het voegmateriaal, terwijl de aannemer zegt dat het komt door slecht onderhoud. Veel gemeenten hebben zo slechte ervaringen opgebouwd met infiltrerende bestrating.’

Zijn er gemeenten bij wie het al wel goed gaat?

‘Ja, de gemeente Rotterdam heeft bestratingen vier of vijf jaar geleden al samen met andere partijen opgepakt in een onderzoekstraject. Rotterdam heeft dan ook het specifiekere probleem dat haar watersysteem moeilijk piekbuien kan oplossen. Dus de noodzaak van een infiltrerende stad is daar groot. Omdat verschillende onderzoeken aantoonden dat infiltrerende bestrating je watersysteem klimaatrobuuster maakt, is Rotterdam er serieus mee aan de slag gegaan. Zij zijn door samenwerking tot een goede oplossing gekomen.’

Dus jullie hopen hiermee dat gemeenten jullie adviezen opvolgen en dat ze verschillende partijen, zoals waterbeheerders en wegbeheerders, stimuleren om met elkaar samen te werken?

‘Ja, onze onderzoeksresultaten komen in september 2020 beschikbaar, ook via dit kennisportaal. We hopen dat alle gemeenten er hun voordeel uit halen. In dat opzicht is het mooi dat Stichting RIONED bij dit project betrokken is. Als de resultaten interessant genoeg zijn, zullen ze deze in hun richtlijnen verwerken. Dan worden de uitkomsten toegankelijk en openbaar voor alle gemeenten in Nederland. Leveranciers zijn ook geïnteresseerd.’

Je zei eerder al dat jullie je in vervolgonderzoek meer willen richten op de ondergrond van bestratingen. Is er nog ander vervolgonderzoek nodig?

‘Infiltratie is een belangrijke onderzoeksrichting, niet alleen bij bestrating maar ook bij wadi’s bijvoorbeeld. Al dat soort systemen hebben de neiging om dicht te slibben. Ook rioleringen en putten. En de stoffen die in het water oplossen, komen ergens terecht. Zijn die schadelijk? Dat willen we ook te weten komen. Als de stoffen geconcentreerd blijven op één plek, kunnen we ze goed beheersen. Maar je wilt bijvoorbeeld niet dat schadelijke stoffen in het grondwater terechtkomen. Dat is bijvoorbeeld de reden dat de gemeente Hilversum geen infiltrerende bestrating toepast. De grond in Hilversum is goed doorlatend, maar ze zijn huiverig voor schadelijke stoffen die bijvoorbeeld van het autoverkeer af komen. Wat gebeurt er allemaal onder de grond? Het zijn heel concrete kennisvragen die er leven. Ik vind het mooi dat we juist die vragen in de praktijk kunnen meten. En dat studenten op die manier onderzoek kunnen doen, en ook heel duidelijk resultaten kunnen zien.’

Over Tom Schoenmaker
Tom Schoenmaker werkt sinds juni 2018 bij de Hogeschool van Amsterdam als projectleider aan het TKI-Deltatechnologieprogramma ‘Klimaatwerk in Uitvoering’. Dit programma vertaalt de kennis en de resultaten van de onderzoeksgroep Klimaatbestendige Stad naar het werkveld, en helpt daarmee ontwerpers en aannemers om steden duurzamer en klimaatbestendiger in te richten. Naast zijn werkzaamheden voor de HvA werkt Tom als adviseur water en ruimte voor Waternet in Amsterdam. Daarvoor was hij projectleider civiele werken en beleidsadviseur water en riolering in de gemeente Huizen.