Bouwend Nederland onderzoekt visie van gemeenten op klimaatadaptatie

92% van de gemeenten geeft het thema 'neerslag' prioriteit

Het Deltaprogramma stelt dat klimaatadaptatie in 2020 in beleid moet zijn verankerd. In de praktijk worstelen zowel gemeenten als uitvoerende partijen met het concreet maken van klimaatadaptatie in de gebouwde omgeving. Bouwend Nederland onderzocht de visie van gemeenten op klimaatadaptatie in het gebouwd gebied. Van de 387 aangeschreven gemeenten werkten 62 gemeenten mee aan het onderzoek.

Doelstelling en fysieke maatregelen gericht op neerslag

Ongeveer 75% van de gemeenten heeft een doelstelling geformuleerd op het gebied van klimaatadaptatie. Vaak heeft deze doelstelling betrekking op het voorkomen van schade en overlast door hevige regenval: voor 92% van de gemeenten krijgt het thema ‘neerslag’ prioriteit. Droogte en hitte worden door slechts 5%, respectievelijk 3%, van de gemeenten als prioriteit benoemd. Voor het thema neerslag worden dan ook de meeste maatregelen genomen. Bij 95% van de gemeenten hangen deze maatregelen bovendien samen met het Gemeentelijk Rioleringsplan.

Eigen gemeente is koploper

Opvallend is dat veel van de ondervraagde gemeenten van mening zijn dat ze vooroplopen. Dit wordt met name gesteld door ondervraagden die zich specifiek met klimaatadaptatie bezighouden. Deze mensen zijn mogelijk eerder geneigd om te zeggen dat de eigen gemeente vooroploopt, omdat ze er zelf (vrijwel) iedere dag mee bezig zijn en precies weten wat er binnen de gemeente allemaal gedaan wordt aan klimaatadaptatie. Hiernaast is het mogelijk dat gemeenten die zelf nog weinig met klimaatadaptatie bezig zijn, minder geneigd waren om deel te nemen aan het onderzoek.

koploper

Figuur 1: Respons ‘mijn gemeente loopt voorop als het gaat om het klimaatadaptief inrichten van het bebouwde gebied’ (n=62).

Aan de 16% gemeenten die zichzelf niet als koploper zagen werd gevraagd wie er in dat geval wel vooroplopen. Hierbij werden genoemd: Amersfoort, Amsterdam, Assen, Deventer, Eindhoven, Groningen, Hoogeveen, Rheden, Rotterdam, Sittard, Zutphen en Zwolle.

Budget en functie voor klimaatadaptatie

Een op de drie gemeenten heeft budgetten gereserveerd voor het klimaatadaptief maken van de openbare ruimte en/of gebouwen. Hiervan is bij 62% van de gemeenten het budget specifiek gelabeld voor klimaatadaptatie, dit komt overeen met 1 op de 5 gemeenten. Hiernaast is in een op de 3 gemeenten iemand in dienst die zich specifiek bezighoudt met klimaatadaptatie, daarvan is het thema in 82% van de gevallen ondergebracht in een andere functie.

Rol van de stresstest

De rol van de stresstest wordt het vaakst omschreven als actief volgend: wanneer er werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, dan zal dit meteen klimaatadaptief worden gedaan.

rol stresstest

Figuur 2: Respons ‘welke rol heeft de stresstest in uw gemeente?’ (n=62).

Samenwerking in de regio

Gemeenten werken veel samen met andere overheden in de regio: 95% van de gemeenten werkt regionaal samen met andere gemeenten. Er wordt in veel gevallen periodiek overlegd en kennis uitgewisseld.  In 56% van de gemeenten wordt bovendien regionaal beleid gemaakt en in 39% van de gemeenten worden gezamenlijke uitvoeringsplannen opgesteld.

Samenwerking met lokaal bedrijfsleven en aanbestedingen

Wat betreft de samenwerking met het bedrijfsleven geeft de meerderheid van de gemeenten aan dat er behoefte is aan voorlichting over adapatiemaatregelen. Deze voorlichting is voornamelijk gewenst in de ontwikkel- en ontwerpfase.

Hiernaast geven diverse gemeenten aan dat zij worstelen met de vraag hoe klimaatadaptatie mee te nemen in aanbestedingen. 45% van de gemeenten geeft aan dat zij klimaatadaptatie, wel eens, meenemen in een aanbesteding, 27% doet dat nooit en de overige 27% weet het niet. Soms schrijven gemeenten klimaatadaptieve maatregelen voor als eis. In andere gevallen wordt het meegenomen als één van de thema’s waar bouwbedrijven punten op kunnen scoren in een aanbesteding. Per saldo lijken gemeenten van mening dat ze vaker zelf gericht moeten vragen naar klimaatadaptieve maatregelen dan dat het bedrijfsleven de maatregelen proactief in het gunningstraject ter sprake brengt.

Download het hele rapport (pdf, 1 MB).