Table Tops Benelux: samen leren van simulaties rond klimaatverandering

Hoe voorkomen we dat klimaatverandering ernstige gevolgen heeft voor de volksgezondheid? Daarover spraken experts en overheidsvertegenwoordigers uit de Benelux op 22 juni tijdens een eerste Table Top Exercitie. De vorm van deze bijeenkomsten is innovatief: simulaties brengen aan het licht wat er al goed geregeld is, wat beter kan en wat landen van elkaar kunnen leren.

De Table Tops zijn een initiatief vanuit het Secretariaat-Generaal van de Benelux. “Tegenwoordig is ook Nordrhein-Westfalen bij dit soort zaken betrokken”, vertelt Willem Jan Goossen, beleidsadviseur bij het ministerie van IenW. “Klimaatverandering is de laatste jaren steeds vaker een onderwerp van samenwerking tussen België, Nederland, Luxemburg en Duitsland. De stap naar de praktijk blijft echter lastig. Daarom ontstond zo’n anderhalf jaar geleden het idee om daar samen iets aan te gaan doen.”

Twee Benelux-werkgroepen sloegen de handen ineen: Klimaatadaptatie en Rampenrisicoreductie. “Die twee gaan heel natuurlijk samen als je het hebt over de effecten van klimaatverandering”, vertelt Goossen, zelf lid van de Werkgroep Klimaatadaptatie. “Bijvoorbeeld op de terreinen volksgezondheid, transport en energie. Daarom hebben we die drie thema’s gekozen als focus van onze Table Top Exercities.” De eerste, gericht op volksgezondheid, vond plaats op 22 juni. De overige twee komen aan bod op respectievelijk 19 oktober en 9 november.

Scenario

“Table Tops kun je zien als een soort serious game”, legt Goossen uit. “Iedereen bereidt een aantal specifieke situaties voor die zich in de toekomst kunnen voordoen. Bijvoorbeeld een periode van extreme hitte in combinatie met langdurige droogte – een situatie die zich nu al kan voordoen, maar die zich in de toekomst veel vaker zal aandienen. We doorlopen dan een soort scenario, waarbij inhoudelijke experts en vertegenwoordigers van relevante ministeries elkaar vragen stellen, en vertellen wat zij zouden ondernemen.”

Namens Nederland waren experts van het RIVM en regionale GGD’s aanwezig bij de eerste Table Top, evenals het ministerie van Volksgezondheid en Goossen zelf, als waarnemer en coördinator. “Iedereen was erg enthousiast over het concept en over de uitkomsten”, zegt hij. “Het was heel leerzaam om ervaringen uit te wisselen. Vaak denken we dat we als buurlanden van elkaar wel weten hoe we dingen aanpakken, maar we hoorden wel degelijk nieuwe dingen.”

Calimiteitenhospitaal

Als voorbeeld noemt hij het feit dat bij langdurige hitte relatief veel ouderen in het ziekenhuis worden opgenomen. “Meestal is de capaciteit van de ziekenhuizen voldoende”, zegt Goossen, “maar stel dat die hitte tegelijkertijd zorgt voor grootschalige stroomuitval. Nederland heeft een calamiteitenhospitaal in Utrecht, dat als overloop kan dienen als andere ziekenhuizen in de problemen komen. België en Luxemburg hebben dat niet. Zij vonden het een interessant idee.”

Andersom kan Nederland iets leren van Luxemburg als het gaat om de drinkwatervoorziening bij extreme hitte. Goossen: “Luxemburg heeft een gedetailleerd plan klaarliggen voor als de watervoorziening uitvalt, inclusief het verstrekken van drinkwater aan risicogroepen. In de overige landen is dat veel minder goed geregeld.”

Vervolgstappen

Ook van de komende twee bijeenkomsten verwacht Goossen interessante uitkomsten. “Neem bijvoorbeeld transport”, zegt hij. “Bij hevige hoosbuien zijn met name snelwegen kwetsbaar. Dat kan gevolgen hebben voor de economische verbindingen tussen de landen. We willen inventariseren hoe goed de vier landen nu werkelijk overleggen over het aanleg en onderhoud van hun snelwegen. Je kunt het aan de ene kant van de grens wel goed voor elkaar hebben, maar daar heb je weinig aan als je meteen na de grens in de problemen komt.”

Later dit jaar verschijnt een rapport met de uitkomsten van de drie Table Tops. “We willen tegen die tijd bepalen of er nog andere onderwerpen zijn op het vlak van klimaatverandering waarbij grensoverschrijdende samenwerking nuttig is”, zegt Goossen. “Ik ga ervanuit dat er wel een follow-up zal ontstaan.”

Meer informatie: