Aanhoudende droogte in Nederland: hoe verdelen we het water eerlijk?

We geven goed gehoor aan de oproep zuinig te doen met water, nu de droogte aanhoudt in Nederland. Maar wat als dit heel lang gaat duren? Drie vragen aan Marleen van Rijswick, hoogleraar Europees en nationaal waterrecht aan de Universiteit Utrecht.

Wie is het eerste aan de beurt voor water, als de nood aan de man is?

Daar is een volgorde voor afgesproken in de Waterwet en heet de verdringingsreeks. Die loopt als volgt, in volgorde van belangrijkheid:

  1. De dijken. Die mogen besproeid worden om een verschuiving te voorkomen. De laatste grote dijkdoorbraak in Nederland was eigenlijk een verschuiving, in Wilnis in 2003, en werd veroorzaakt door droogte. Veendijken lopen dat risico, dijken van bijvoorbeeld kleigrond hebben dat minder. Op dit moment worden in het beheersgebied van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (in de provincie Utrecht) al veendijken besproeid, op andere plekken zoals bij het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard leggen ze er klei op. Waterschappen in het hele land doen inspecties van dijken, onder andere met drones.

  2. De drinkwatervoorziening en energievoorziening moeten op peil blijven en de energiebedrijven in Nederland moeten koelwater kunnen gebruiken, anders valt de stroomvoorziening uit. Het belang van drinkwater is voor iedereen duidelijk.

  3. De kwetsbare natuur, in geval van onherstelbare schade. Dan gaat het uiteraard niet over gras dat geel wordt en dor wordende gebieden, de natuur kan zich voor een groot deel weer herstellen van droogte. Maar onherstelbare schade dient voorkomen te worden.

De economische functies: bedrijven en landbouw die water nodig hebben. Die staan lager op de prioriteitenlijst. Dit laatste wordt door de provincies bepaald, de punten hierboven zijn zó belangrijk, dat er op nationaal niveau over wordt besloten. Wat betreft droogte en de invloed op de economie, maakt het ook nogal verschil of je als bedrijf in het oosten van het land, op de hoge zandgronden bent gevestigd, of bijvoorbeeld in het Westland.

Burgers houden zich goed aan de oproep van drinkwaterbedrijven en van minister Van Nieuwenhuizen. De landbouw houdt zich aan het beregeningsverbod. Blijven we zo gezagsgetrouw?

De drinkwaterbedrijven hebben het goed uitgelegd, dat helpt. Dat het met name om de piekmomenten gaat, burgers begrijpen dat. Daarnaast is júist de landbouw zich bewust van het belang van water, ze zijn ervan afhankelijk voor hun economische activiteit. Er wordt minder beregend en indien nodig kunnen wettelijke beregeningsverboden worden ingesteld. Voor beregening wordt bij voorkeur geen grondwater gebruikt. Het kwetsbare en waardevolle grondwater bewaren we voor hoogwaardig functies, zoals de drinkwatervoorziening. Als de droogte langer duurt neemt de kans op economische schade toe. Vanwege de wettelijke verdringingsreeks weten partijen waar ze aan toe zijn omdat ze weten wat hun plaats op de ranglijst is, zodat men daar rekening mee kan houden. Het vergoeden van eventuele schade door de overheid ligt dan niet voor de hand.

Wat doet de lange droogte met onze grond?

De grondwaterstand is nog niet laag. Het gaat nu vooral om weinig oppervlaktewater, droge dijken en een lagere rivierafvoer. Dat laatste vergroot het risico op verzilting, wat betekent dat zoet water brak wordt. Dat kan schade aan de landbouw berokkenen. Bij langdurige droogte wordt er ook water uit het IJsselmeer gehaald. Het IJsselmeer is onze nationale watervoorraad. We hebben een landelijke commissie waterverdeling, meer bepaald het watermanagementcentrum Nederland in Lelystad. Dat draagt zorg voor een goede verdeling en voorlichting over droogte.

Bron: Universiteit Utrecht


Afbeelding Hollandse IJssel tijdens de huidige droogte