Extra sterfte door hitte: een blik op 2050

Gepubliceerd 4 maart 2020

We krijgen de komende jaren vaker en heviger te maken met hitte. Hoeveel extra mensen zullen daardoor sterven? Welke factoren zijn daarbij van belang en kunnen we onderscheid maken tussen verschillende hitte-events? Adviesbureau HKV onderzocht het, in samenwerking met het CBS en in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). De uitkomsten staan in het nieuwe rapport Data-analyse sterfte bij hitte, dat eind december verscheen.

Tijdens de twaalfdaagse hittegolf in 2010 stierven naar schatting 660 mensen meer dan normaal in die periode. Nu gebruiken we vaak een vuistregel: elke graad Celsius boven een gemiddelde buitentemperatuur van 20 graden veroorzaakt acht hittedoden per dag. “Maar tijdens de eerste hittegolf van 2018 stierven er nauwelijks extra mensen”, zegt onderzoeker Bas Kolen van HKV, hoofdauteur van het rapport. “Blijkbaar zijn er veel méér factoren van belang dan alleen de gemiddelde buitentemperatuur.”

De vraag is dan ook of een dergelijke eenvoudige formule recht doet aan het vraagstuk. Het nieuwe rapport onderzocht daarom of er een verband is tussen oversterfte en de temperatuur over de periode 1950-2019. Hoeveel mensen overlijden nu echt extra als gevolg van hitte en kunnen we onderscheid maken in verschillende hitte-events?

Overmortaliteit gedaald

Professionals kijken in dergelijk onderzoek naar de overmortaliteit. Dat is het percentage mensen dat extra overlijdt op dagen waarop het gemiddeld warmer is dan 20 graden, vergeleken met het gemiddelde in die zomerperiode. “We hebben gekeken naar de bevolking als geheel en naar de groep 80-plussers”, vertelt Kolen. “Die overmortaliteit onder 80-plussers als geheel is sinds 1950 sterk gedaald. Dat komt omdat deze groep nu veel meer vitale ouderen omvat.”

Ook onder de gehele bevolking is de overmortaliteit gedaald. Een verklaring is dat mensen gezonder zijn gaan leven en meer overlijden aan andere oorzaken. “En in het laatste decennium komt het misschien ook doordat we nu gedetailleerde hitteplannen hebben”, zegt Kolen. “Ouderen en professionals weten beter wat ze moeten doen in geval van hitte. En we zijn ook onze omgeving sinds 1950 anders gaan inrichten. Het CBS heeft in eerder onderzoek geconstateerd dat in verzorgingshuizen in 2018 minder slachtoffers zijn gevallen dan in 2006.”

Ontwerpend inrichten

Temperatuur is dus niet de enige bepalende factor, aldus het rapport. “Naast de temperatuur zelf zien we ook een onderscheid tussen korte en lange hitteperiodes”, zegt Kolen. “Bij een duur van tien dagen is er een omslagpunt. Daarna lijken er relatief meer slachtoffers te vallen. Hoe dat precies komt, moet nog verder worden onderzocht. Maar dat is lastig: zulke lange periodes hebben we niet zo vaak.”

Een ander lastig punt is dat onderzoek zich nu vooral richt op het effect van de buitentemperatuur, omdat we over deze data beschikken. “Maar juist binnen word je blootgesteld aan de hitte”, zegt Kolen. “Uit een analyse op landsdeelniveau zien we in de data nog geen verband tussen de overmortaliteit en bijvoorbeeld het areaal bebouwd gebied of de omvang van het hitte-eiland.”

Onderzoekers willen graag weten of het hitte-eilandeffect zich nu echt vertaalt in extra sterfte en wat de relatie is met de binnentemperatuur. En andersom, of groen in de stad echt sterfte voorkomt. “Dat zou heel interessant zijn”, zegt Kolen. “Dus daar is in de dataverzameling en nader onderzoek nog wel werk te doen. Als je deze relaties kunt leggen, dan kun je ook ‘ontwerpend’ gaan kijken naar de inrichting van openbare ruimtes, gebouwen en de zorg.”

Prognose

Al met al voorspelt het rapport – met een slag om de arm – dat bij ongewijzigd beleid en ongewijzigde temperatuurtrends in 2050 jaarlijks tussen de 1500 en 3000 mensen door hitte zullen sterven. Dat is duidelijk meer dan nu. Dat komt doordat we dan meer hete dagen zullen hebben, en door de vergrijzing, waardoor er meer kwetsbare mensen zijn. “Daarom blijft het belangrijk dat we hitte hoog op de agenda blijven houden, en continu blijven werken aan richtlijnen”, zegt Kolen. De meest effectieve aanknopingspungen lijken te liggen bij de zorg aan ouderen en in het koelen van ruimtes. “1500 tot 3000 doden is ruim meer dan er nu jaarlijks sterven door griep of in het verkeer. Dat zijn twee terreinen waarop we nu serieus beleid maken. Dat zou je volgens ons dus ook voor hitte moeten doen.”

Concrete handvatten

Daar zijn wel degelijk handelingsperspectieven voor, benadrukt Kolen. “We hebben al hitteplannen gericht op ouderen en zorginstellingen”, zegt hij, “maar de uitdaging zit hem vooral in de uitvoering daarvan.” Toch zijn in 2018 en 2019 minder hitteslachtoffers gevallen dan verwacht. Die trend is volgens Kolen wellicht voor een deel toe te schrijven aan de hitteplannen. “Maar dat is lastig te onderbouwen omdat diverse factoren een rol spelen – al is iedereen het erover eens dat deze maatregelen voor ouderen wel nuttig zijn”, zegt Kolen.

Voordat we effectief ontwerpend kunnen kijken naar onze openbare ruimte en de binnenruimte, is er meer onderzoek nodig. “Bijvoorbeeld naar factoren als luchtvochtigheid en de effectiviteit van bepaalde ingrepen”, zegt Kolen, “zoals het plaatsen van airco’s en ervoor zorgen dat iedereen voldoende water drinkt, met name ouderen. Wat zijn nu de effectiefste knoppen om aan te draaien – en wat is dan het effect daarvan? Waar willen we wel en niet in investeren?”

Dergelijk onderzoek moet uiteindelijk bijdragen aan concrete stappenplannen en praktische handvatten, bijvoorbeeld voor nieuwbouw of het vormgeven van zorgorganisaties. “Dan kan het nuttig zijn om niet alleen te kijken naar sterftecijfers, maar ook breder naar algemeen welzijn”, merkt Kolen op. “Bijvoorbeeld door ook het aantal doktersbezoeken of arbeidsproductiviteit te meten.”