Groot enthousiasme voor Congres Hittestress

Het Congres Hittestress, op 25 juni in ’s Hertogenbosch, gaat over de opwarming van het klimaat en de vraag hoe Nederland daarmee omgaat. Het congres is bijna volgeboekt. Dit enthousiasme zegt iets over de urgentie van het onderwerp, vindt projectleider Madeleen Helmer. Voor Stef Meijs, projectleider Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS), is het congres op voorhand al geslaagd.

De maanden april en mei van dit jaar waren de warmste lentemaanden in 300 jaar. Is dat de reden dat jullie het Congres Hittestress organiseren?

Stef: “Nee, we zijn hier al bijna een jaar mee bezig. Maar die hitterecords laten wel precies zien waarom het zo belangrijk is dat dit congres er komt. In de NAS hebben we alle urgente klimaateffecten voor Nederland op een rijtje gezet. Zes daarvan hebben direct te maken met hitte. En dat zijn serieuze effecten: meer hittestress bij mensen, arbeidsverlies, een toename van infecties. Maar ook het verschuiven van klimaatzones, uitval van vitale en kwetsbare netwerken, oogstschade in de land- en tuinbouw. Hitte raakt veel beleidsterreinen; dat werd nog eens benadrukt toen we in 2017 vragen van de Tweede Kamer over hitte moesten beantwoorden. Toen ontstond het idee voor een congres, waar we alle betrokken partijen bij elkaar brengen. Dat is nog nooit eerder gebeurd en wel hard nodig om de effecten het hoofd te kunnen bieden.”

Madeleen: “Hitte is het onbekendste klimaatrisico; dat blijkt uit gegevens van het Planbureau voor de Leefomgeving en het staat ook duidelijk in de NAS. Maar hitte heeft wel veel impact, vooral op de gezondheid van mensen. In een hete periode neemt de sterfte 12 procent toe.”

Stef: “We willen tijdens het congres de urgentie benadrukken en vooral de breedte van het probleem laten zien. Veel mensen weten wel iets van de effecten van hitte en opwarming, maar niet alles. Hoe zit het nou met de tekenproblematiek? En met de blauwalg? Hoe erg is de verandering in de natuur? Wat moet je doen met de inrichting van de stad? Die vragen komen allemaal voorbij.”

Wat verwachten jullie van het congres?

Madeleen: “Ik hoop dat we veel partijen aan elkaar kunnen koppelen. Dan kun je namelijk echt iets doen aan klimaatadaptatie. Neem huidkanker; dat is een toenemend probleem doordat er meer zomerse dagen zijn, en mensen meer worden blootgesteld aan uv-straling. KWF, RIVM en KNMI zijn met dit onderwerp bezig. Ze komen alle drie naar het congres en bij de voorbereidende gesprekken hebben we een link gelegd met klimaatadaptatie. Wie weet rolt er wel een nationaal zonkrachtplan uit, met real-time waarschuwingen en adviezen. Vergelijkbaar met het Nationaal Hitteplan.”

Stef: “Bij hitte en opwarming gaat het vooral om een aanpassing van het gedrag. Het is echt een ander onderwerp dan wateroverlast, waar je met technische oplossingen al heel wat kunt doen. Veel mensen vinden een warmer klimaat best prettig, dus je moet goed nadenken over de boodschap die je brengt. Je wilt niemand bang maken en ook niet betuttelen, maar wel wijzen op het belang van ander gedrag, zoals genoeg drinken en uit de zon blijven. Dat is zoeken.”

Madeleen: “We gaan tijdens het congres zo veel mogelijk ideeën ophalen bij de deelnemers. Er loopt een ’Team Zonnebril’ rond, dat kennisvragen gaat verzamelen.”

Wanneer is voor jullie het congres geslaagd?

Stef: “Eigenlijk vind ik het nu al geslaagd. We hebben een heel breed programma, veel aspecten van hitte en opwarming komen aan bod. Er zijn drie brede debatten over gezondheid, natuur en de stad. En dertig werksessies waar veel belangstelling voor is. We hebben mensen wakker geschud, het onderwerp staat op de kaart. Daar ging het mij in eerste instantie om.”

Madeleen: “Natuurlijk hebben we ook ambities na dit congres. De aandacht voor hitte moet niet meer wegzakken. Twee sectoren zijn heel belangrijk bij de aanpak van problemen rondom hitte: de zorgsector omdat gezondheidsproblemen vooral kwetsbare mensen treffen. En ouderen wonen steeds langer thuis, dat is een belangrijk punt van aandacht. De bouwsector is van belang omdat er in Nederland een miljoen huizen worden gebouwd in de komende jaren. Hoe zorg je ervoor dat dit klimaatbestendig gebeurt? Dus met ruimte voor groen en water; en aandacht voor opwarming binnenshuis?”

Stef: “We gaan die dilemma’s niet uit de weg, daar is aandacht voor tijdens het congres. Het gaat erom dat alle partijen zich realiseren wat er speelt en dat ze keuzes moeten maken. Om de dilemma’s te kunnen oplossen, moet je elkaar goed kennen en begrijpen. En: soms kun je vanuit een gezamenlijk doel – het voorkomen van problemen door hitte – zaken versnellen. Bijvoorbeeld: eenzaamheid onder ouderen is niet alleen een sociaal probleem, het is gevaarlijk tijdens een hitteperiode. Als de GGD en het Rode Kruis samenwerking zoekt met partijen die zich bezighouden met de bestrijding van eenzaamheid, kun je stappen maken.”

Wat gaan jullie doen om de aandacht voor hitte vast te houden, ook na het congres?

Madeleen: “Ik hoop dat er tijdens het congres initiatieven ontstaan waarvan we achteraf kunnen zeggen: dat is begonnen bij het Congres Hittestress.”

Stef: “We organiseren regelmatig klimaatadaptatiedialogen en blijven dat doen – ook over hitte en gezondheid. Daar komen alle betrokken partijen bij elkaar om onderwerpen uit te diepen en afspraken te maken. Die afspraken krijgen natuurlijk pas echt betekenis als er ook leidinggevenden en bestuurders aan tafel zitten, van lokale en landelijke organisaties en overheden. Misschien moeten we in 2019 niet een tweede Congres Hittestress organiseren, maar een bestuurlijke bijeenkomst. Daar gaan we na 25 juni over nadenken.”


Groot enthousiasme voor Congres Hittestress