Nauwe samenwerking rond Nationaal Hitteplan

Keten van partijen betrokken bij hitte-adaptatie

Sinds 2007 kennen we in Nederland het Nationale Hitteplan. Begin juni werd het bijna in werking gezet – maar uiteindelijk toch niet. Wat is het Nationale Hitteplan eigenlijk, helpt het echt – en welke overwegingen spelen een rol bij de activatie ervan?

Deze week spande het erom: zouden KNMI en RIVM het Nationale Hitteplan in werking stellen? Het RIVM stuurde op 5 juni een ‘voorwaarschuwing’ naar relevante partijen in de gezondheidszorg. ‘Let op, het kán zijn dat het Nationaal Hitteplan de komende dagen in werking gaat treden’, is de boodschap van zo’n voorwaarschuwing, ‘dus bereid je er alvast op voor’. Een dag later volgde het bericht dat het RIVM had besloten het Hitteplan niet te activeren.

Belboom

“Het Nationaal Hitteplan is in feite een waarschuwingssysteem”, vertelt Werner Hagens, adviseur gezondheid bij het RIVM, en mede-auteur van het Nationaal Hitteplan. “Als KNMI en RIVM het activeren, zetten ze een soort ‘belboom’ in werking, vergelijkbaar met wat je misschien nog kent van de middelbare school: dat iedereen een paar mensen belt om te vertellen dat het eerste uur niet doorgaat.” In dit geval waarschuwt het RIVM de GGD’en, het Rode Kruis, verschillende ouderenbonden en de brancheorganisaties van bijvoorbeeld verzorgingshuizen, apothekers en mantelzorgers. Die waarschuwen op hun beurt hun achterban: de gemeenten, huisartsen, ziekenhuizen, apotheken,  regionale verzorgings- en verpleeghuizen en zorgorganisaties. Via media wordt het brede publiek geïnformeerd.

De waarschuwingen gaan gepaard met concrete tips voor omgaan met hitte. Voor verzorgingshuizen vertaalt dat zich bijvoorbeeld in aangepaste douche- en activiteitenschema’s en voorlichting over kleding, ventilatie en voldoende drinken. “Het klinkt wellicht logisch, maar toch is het goed om organisaties daarop te wijzen”, zegt Hagens. “Hoe meer zij die maatregelen op hun netvlies hebben, hoe beter.”

Afweging

De bal gaat rollen bij het KNMI, zo legt Hagens uit. “Als weermodellen laten zien dat er een kans is dat het vier dagen achter elkaar warmer wordt dan 27ᵒC, dan neemt het KNMI contact op met het RIVM”, vertelt hij. “Dat was deze week het geval voor het oosten van het land. Maar na overleg hebben we besloten het Nationale Hitteplan toch niet in werking te stellen.”

Dat had een aantal redenen. “De modellen lieten zien dat het criterium van vier aaneengesloten dagen slechts krap zou worden gehaald”, zegt Hagens. “Bovendien zou het ’s nachts voldoende afkoelen, tot zo’n 15 graden. En waarschijnlijk zouden de echt hoge temperaturen alleen in Twente optreden.”

Het is een lastige afweging, merkt Hagens op. “Je wilt waarschuwen voor een echte hittegolf. De belangrijke vraag is dan ook: wat is de impact van deze hitteperiode? Maar het antwoord daarop hangt af van veel factoren. Hoe lang houdt de hitte aan, wat is de luchtvochtigheid, hoe hoog piekt de temperatuur, hoeveel koelt het ’s nachts af? Daarom pakt de afweging telkens anders uit. Voor de  geloofwaardigheid van het Hitteplan is het belangrijk dat je alleen waarschuwt als het écht nodig is.”

Bewustwording

Sinds 2007 is het Nationale Hitteplan tien keer in werking getreden. En, werkt het? Wordt de overlast inderdaad beperkt en overlijden er minder mensen? “Die vraag is bijna niet te beantwoorden”, zegt Hagens. “Juist omdat iedere hitteperiode andere karakteristieken heeft.” Wel is duidelijk dat, sinds de instelling van het Nationale Hitteplan, er in de media en in de gezondheidszorg steeds meer aandacht komt voor ‘de schaduwkant van hitte’, zoals Hagens het noemt. “Mensen en organisaties zijn zich steeds beter bewust van de risico’s.”

In 2015 is het Nationaal Hitteplan aangepast: het biedt nu ook de mogelijkheid regionale waarschuwingen af te geven.  Daarnaast worden er in verschillende regio’s lokale hitteplannen opgesteld, waarbij lokale organisaties zoals gemeenten, GGD en Rode Kruis gezamenlijk afspraken maken over wat te doen bij hitte. Hagens: “We willen het Nationaal Hitteplan graag goed laten aansluiten bij deze regionale initiatieven. Hoe beter de boodschap en de acties de mensen met een kwetsbare gezondheid bereiken, hoe beter.”

Paraatheid

De voorwaarschuwingen vervullen op zichzelf ook een belangrijke rol. “Ze vergroten de paraatheid”, zegt Hagens. “Als regio’s er alert op zijn dat er een hete periode aankomt, ook al voldoet die misschien niet helemaal aan de criteria van het Nationale Hitteplan, dan kunnen ze er toch vast rekening mee houden. Bijvoorbeeld bij de organisatie van evenementen zoals festivals en sportwedstrijden. Ook zonder activatie van het Hitteplan kan het namelijk erg heet zijn.”

Meer informatie:


Nauwe samenwerking rond Nationaal Hitteplan