Van data naar kaarten waarmee je geschikte maatregelen kunt kiezen

De derde pilot van het project DNA van de stad en omgeving vindt plaats in de gemeente Leiden. Met deze pilot willen de onderzoekers informatie over de ondergrond gebruiksvriendelijk maken voor verschillende partijen die werken aan grote opgaven.

De gemeente Leiden staat de komende tijd voor grote opgaven. Een aantal van deze opgaven hebben een directe relatie met de ondergrond, zoals de vervanging van het riool, klimaatadaptatie, de energietransitie (klimaatmitigatie) en de implementatie van de omgevingswet. Wat zijn de kansen en knelpunten van de ondergrond voor de realisatie van deze opgaven?

De pilot in Leiden is direct gekoppeld aan de pilot Rotterdam. Hierdoor kunnen de onderzoekers meer kennis en ervaring inbrengen, waardoor ze een meer generieke methodiek kunnen ontwikkelen. De twee pilots overlappen grotendeels met elkaar op het gebied van de thema’s en de typen ondergronddata.

Doel van de pilot

Met deze pilot willen de onderzoekers verschillende doelen bereiken:

  • Ze willen een goed beeld krijgen van alle gegevens over de ondergrond die al verzameld zijn.
  • Ze willen alle beschikbare gegevens verwerken tot bruikbare informatie voor beheerders, eigenaren, ontwikkelaars en bewoners die aan de slag gaan met klimaatadaptatie of andere grote opgaven.
  • Zo willen ze het inzicht vergroten in de kennis en leemtes over de ondergrond van Leiden, en daarmee in het ‘DNA’ van deze gemeente.

Gebruikers moeten de informatie kunnen toepassen op straat-, wijk- en stadsniveau.

Werkwijze

Op basis van verschillende datasets over de ondergrond ontwikkelen de onderzoekers verschillende kaartlagen. Deze kaartlagen helpen de gemeente en andere betrokken partijen bij het bepalen van een effectieve klimaatadaptatiestrategie en bij het plannen van de meest relevante klimaatadaptatiemaatregelen. De kaartlagen worden niet alleen ontwikkeld vanuit de data die beschikbaar zijn, maar ook vanuit de behoefte die gebruikers hebben aan informatie om effectieve maatregelen te kiezen en te ontwerpen. De pilot vindt plaats in een aantal stappen, waarbij de onderzoekers de volgende vragen beantwoorden:

  1. Welke data over de ondergrond van Leiden zijn beschikbaar bij de gemeente?
  2. Aan welke kennis over de ondergrond hebben lokale partijen behoefte?
  3. Hoe kunnen we data over de ondergrond vertalen naar kaarten waarmee je geschikte adaptatiemaatregelen kunt kiezen?
  4. Kunnen de gebruikers met deze ‘geschiktheidskaarten’ via tools ook adaptatiescenario’s opstellen?
  5. Hoe kunnen we de meerwaarde van de voorgaande stappen voor gemeente Leiden illustreren aan de hand van een lokale casus?