Hitte in de stad

Wereldwijde klimaatverandering leidt tot meer zomerse en tropische dagen. De KNMI’14 scenario’s geven de hoekpunten waarbinnen de klimaatverandering in Nederland zich waarschijnlijk zal voltrekken. Volgens deze scenario’s is in 2050 de gemiddelde zomertemperatuur 1,0 tot 2,3 ˚C hoger dan in de referentieperiode 1981-2010. Het aantal zomerse dagen (met een max temperatuur ≥25 ˚C) neemt in 2050 met 5 tot 15 toe ten opzichte van gemiddeld 21 nu. Verder zullen hittegolven vaker voorkomen. Inwoners van steden zijn kwetsbaarder voor hittestress, omdat het in de stad bijna altijd warmer is dan in het omringende buitengebied. Dit wordt het ‘stedelijk hitte-eiland effect’ (Urban Heat Island of UHI) genoemd.

Het stedelijk hitte-eiland effect wordt veroorzaakt door absorptie van zonnestraling door (stenige) materialen, het gebrek aan verdamping en de uitstoot van warmte door menselijke activiteiten (‘antropogene warmte’). Deze uitstoot van warmte door industrie, huishoudens, gebouwen, verkeer, mensen en dieren levert een niet te verwaarlozen bijdrage aan het ontstaan van het UHI: in Rotterdam ca. 10%. Overdag zijn de temperatuurverschillen tussen stad en platteland gering (< 2˚C). De verschillen zijn vooral na zonsondergang groot doordat het in de stad langzamer afkoelt dan in het omringende buitengebied. De maximum UHI intensiteiten van Nederlandse steden lopen uiteen van 3 tot meer dan 7 ˚C.  Hittestress kan dan ook een belangrijk ‘issue’ worden.

Binnen een stedelijk gebied bestaat er een grote ruimtelijke variatie in het UHI. Eigenschappen van de directe omgeving blijken hierop van grote invloed. De meest bepalende factoren zijn de fractie bebouwd oppervlak, verhard oppervlak en de fractie groenoppervlak. Daarnaast heeft de gemiddelde gebouwhoogte een duidelijke invloed. Ook de verhouding tussen gebouwhoogte en straatbreedte beïnvloedt de absorptie van zonnestraling, thermische uitstraling van gebouwen en andere oppervlakken naar de atmosfeer, en het transport van warmte binnen de straat. De optimale verhouding tussen hoogte en breedte lijkt rond de 1 te liggen. Hogere of lager ratio’s hebben beide voor en nadelen wat betreft ventilatie en schaduwwerking.

Het uiteindelijke effect van open water op de temperatuur is niet eenduidig en hangt sterk af van de dimensionering (oppervlakte, diepte), de ligging ten opzichte van de windrichting en de ligging ten opzichte van gebouwen en andere structuren in de omgeving.

Het thermisch comfort van de mens varieert nog meer dan de omgevingstemperatuur en is ook afhankelijk van straling, luchtvochtigheid en windsnelheid. Overdag  wordt het thermisch comfort in de stad vooral bepaald door de verschillen in windsnelheid; de verschillen in luchtvochtigheid en straling zijn te gering om een merkbaar effect te hebben. Na zonsondergang speelt de temperatuur een meer prominente rol en wordt het thermisch comfort voor een belangrijk deel bepaald door factoren die een invloed hebben op de luchttemperatuur .

Hittestress

Boven een zekere grens leiden hoge temperaturen tot hittestress. Deze hittestress kan leiden tot een verminderd thermisch comfort, slaapverstoring, gedragsverandering (grotere agressie) en verminderde arbeidsproductiviteit. Hittestress kan ook tot serieuze hitte gerelateerde ziekten leiden zoals: huiduitslag, krampen, oververmoeidheid, beroertes, nierfalen en ademhalingsproblemen. Soms kan hittestress zelfs sterfte tot gevolg hebben.

Tijdens hittegolven nemen zowel het bezoek aan ziekenhuizen (voor noodgevallen) en sterfte beduidend toe. In Nederland stijgt tijdens hittegolven de sterfte met 12% (ongeveer 40 doden per dag extra). De meest gevoelige mensen voor hitte-gerelateerde ziekten en sterfte zijn ouderen boven de 75 en chronisch zieken, met name als zij hart-, ademhaling- en nieraandoeningen hebben. Uit een inventariserend CPC onderzoek in Tilburg tijdens een hittegolf in 2010 is gebleken dat bij ouderen veel klachten optraden en de hittebelasting aanzienlijk was. In rust werden lichaamstemperaturen van boven de 38 graden Celsius gemeten.

Behalve de hierboven genoemde factoren, vertonen ouderen vaak een suboptimaal gedrag tijdens hittegolven door een verminderde waarneming  van temperatuur en dorst. Het is dan ook belangrijk om de volgende adviezen in acht te nemen:

  • Voldoende drinken
  • Geschikte kleding dragen (niet teveel)
  • Niet teveel bewegen
  • Op zoek gaan naar koele plekken

Bovenstaande inzichten zijn inmiddels ingebracht in het nationale hitteplan, dat ouderen, familie van ouderen, verzorgenden en zorginstellingen richtlijnen biedt voor hittegolven. Behalve richtlijnen afgeleid van de hierboven genoemde kwetsbaarheidsfactoren (zoals voldoende drinken, ventileren, of het nemen van een bad of douche om af te koelen) en zorgen dat informatie hierover beschikbaar is, is een belangrijke richtlijn dat hulp aangeboden wordt. Veel bejaarden zijn niet in staat om de genoemde acties zelfstandig uit te voeren.

Hitte leidt ook tot verminderde arbeidsproductiviteit. Bij omgevingstemperaturen hoger dan 25 °C daalt de productiviteit met 2% per graad temperatuurstijging. De stijging van de buitentemperatuur zal niet voor elke sector gelijke consequenties hebben. Mensen die in de buitenlucht werken, zoals in de agrarische sector, zullen het meest direct de temperatuureffecten ervaren. Mensen die in gebouwen werken, beschikken soms over actieve koeling (airconditioning) en kunnen daarmee temperatuur en luchtvochtigheid reguleren. Verminderde arbeidsproductiviteit als gevolg van hitte kan leiden tot een aanzienlijke economische kostenpost in de toekomst.


Documenten Hitte

CPC

Download het eindrapport van Climate Proof Cities.

Download document (pdf, 7.4 MB)

warmte echtpaar

Download de factsheet over hittestress

Download factsheet (pdf, 482 kB)