Achtergrondinformatie overstroming

Overstroming is een van de vier thema’s van het Deltaprogramma, naast droogte, wateroverlast en hitte. Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel. In de twintigste eeuw bedroeg die stijging ongeveer 20 centimeter en in de toekomst zet die stijging, mogelijk versneld, door. Nederland geeft zeer hoge prioriteit aan het garanderen van de waterveiligheid. Maar ondanks onze kennis en inspanningen op het gebied van waterveiligheid bestaat er altijd nog enige kans op overstroming. Deze pagina geeft een beknopte toelichting op het thema overstroming en linkt door naar andere relevante pagina’s binnen en buiten het Kennisportaal.

Waardoor kan het overstromingsrisico toenemen?

Bij een oplopende temperatuur stijgt de zeespiegel. Dit komt door de uitzetting van zeewater, het smelten van gletsjers en kleine ijskappen en het gestaag slinken van de grote ijskappen op Groenland en Antarctica. Zee-ijs, zoals in het Noordpoolgebied, levert geen bijdrage. Daarbij daalt de bodem in Nederland met enkele centimeters per eeuw. Die bodemdaling wordt veroorzaakt door veenoxidatie, inklinking van de bodem en door na-ijleffecten van de laatste ijstijd. Door het dalen van de bodem neemt de relatieve zeespiegelstijging in Nederland toe.

Volgens de KNMI’14-scenario’s kan de zeespiegel langs de Noordzeekust in 2050 tussen de 15 en 40 cm stijgen. In 2100 kan de stijging zelfs oplopen tot 100 cm. Recente onderzoeken duiden er echter op dat de processen die van invloed zijn op het afsmelten van het landijs op Groenland en Antarctica sneller verlopen dan voorheen werd aangenomen. Ook de rivierafvoer kan door klimaatverandering stijgen. Recente onderzoeken en klimaatscenario’s wijzen uit dat de afvoer van de Rijn in de winter toeneemt. Dit komt vooral door de extra neerslag en temperatuurstijging: door hogere temperatuur wordt er minder water vastgehouden in de vorm van sneeuw. Ook in het Maasstroomgebied kan de afvoer groter worden door een toename van de neerslag.

Wat zijn de gevolgen van hogere waterstanden in Nederland?

Zonder aanvullende maatregelen kan zeespiegelstijging leiden tot een verhoogde kans op overstroming. Om het kustfundament met de zeespiegel mee te laten groeien en om de erosie te compenseren, is steeds meer zand nodig. Stormvloedkeringen zullen steeds vaker moeten sluiten. Daarnaast kan zeespiegelstijging leiden tot verzilting. Zout water kan indringen via de bodem (brakke kwel) of via de riviermondingen in het oppervlaktewater. Brakke kwel treedt voornamelijk op in de kustgebieden en in de diepe polders en droogmakerijen. Bodemdaling kan dit verziltingsproces plaatselijk versnellen. Verzilting via het oppervlaktewater wordt beïnvloed door de combinatie van de hoogte van de zeespiegel en de rivierafvoer. Hoe hoger de zeespiegel en hoe lager de rivierafvoer, des te sterker is de indringing van zout water. Verzilting kan een bedreiging vormen voor de zoetwatervoorziening en kan leiden tot schade aan natuur en landbouw.

Hogere rivierafvoeren en –waterstanden zorgen voor een zwaardere belasting van de dijken. Of dit gebeurt en in welke mate, is mede afhankelijk van maatregelen die in Duitsland worden genomen. Wanneer meer water in Duitsland wordt geborgen, bijvoorbeeld door gecontroleerde overstromingen, verlaagt dit de pieken in de Rijnafvoer richting Nederland. Niet alleen het klimaat verandert, ook het aantal inwoners van de met dijken beschermde gebieden en de economische waarde in die gebieden neemt geleidelijk toe. Het beschermingsniveau van de dijken wordt daarom regelmatig herzien en naar boven bijgesteld. Wanneer een gebied overstroomt, kan dit immers grote gevolgen hebben. Overstroming kan leiden tot schade aan gebouwen en infrastructuur, slachtoffers (doden en gewonden) en maatschappelijke ontwrichting.

Meer informatie over de overstromingskans, de overstromingsdiepte, evacuatiemogelijkheden en de potentie voor gevolgbeperkende maatregelen in Nederland kun je bekijken in de Klimaateffectatlas. De Bijsluiter gestandaardiseerde stresstest Ruimtelijke Adaptatie geeft aan hoe je de kwetsbaarheid van een gebied met de atlas in kaart kunt brengen.

Hoe kunnen we de gevolgen van een overstroming beperken?

Het Nederlandse waterveiligheidsbeleid bestaat uit meerdere ‘lagen’ en wordt daarom bestempeld als ‘meerlaagsveiligheid’. Deze aanpak houdt in dat overstromingsrisico’s worden beheerst door een combinatie van waterkeringen, ruimtelijke ordening en crisisbeheersing:

  1. Preventie: een overstroming zoveel mogelijk voorkomen door bijvoorbeeld dijken
  2. Schadebeperking: duurzame ruimtelijke ordening
  3. Betere (organisatorische) voorbereiding: evacuatieroutes en vluchtplaatsen

Het Deltaplan Waterveiligheid  biedt een goede bescherming. De eerste laag –  voorkomen – is effectief. Er blijft echter altijd een risico bestaan. Daarom zijn ook laag twee en drie belangrijk. Daarnaast is het belangrijk dat inwoners zich goed voorbereiden op hoog water. Er zijn verschillende maatregelen die genomen kunnen worden als er kans is op een overstroming: