Ruimtelijke adaptatie

De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie die sinds 2015 in het deltaprogramma is opgenomen, heeft tot doel om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Ruimtelijke adaptatie is het aanpassen van de inrichting van steden, dorpen en het landelijk gebied aan de effecten van klimaatverandering. Een goede kwaliteit van de leefomgeving is een basisvoorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat, goed functionerende steden en een robuust buitengebied. Overstromingen en een toenemende kans op hittestress, droogte en hevige neerslag vormen een bedreiging voor deze waarden.

Een voorbeeld van ruimtelijke adaptatie in de stad is het toevoegen van groen. Meer groen zorgt voor een kleinere kans op wateroverlast en kan extreme hitte in de zomer verminderen. Een voorbeeld van ruimtelijke adaptatie in het buitengebied is het laten hermeanderen van beken. Deze maatregel gaat droogte tegen in het bovenstrooms gebied en kan wateroverlast beperken in de benedenstroomse gebieden. Door het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van vitale en kwetsbare functies, zoals gemalen, hulpdiensten en ziekenhuizen, beperken we de kans op grote groepen slachtoffers en grote economische schade.

Ruimtelijke aanpassingen leiden er niet alleen toe dat problemen worden opgelost, ze bieden ook kansen. Meer ruimte geven aan water en groen in de stad bijvoorbeeld, verhoogt de ruimtelijke kwaliteit en de waarde van vastgoed. Daarnaast kunnen adaptatiemaatregelen vaak gecombineerd worden met andere duurzaamheidsdoelstellingen, zoals het bevorderen van de biodiversiteit of een gezonde leefomgeving. Ook kunnen er veel kosten bespaard worden door toekomstig klimaatcondities tijdig mee te nemen in de ruimtelijke inrichting en het beheer en onderhoud van de ruimte en objecten.

Welke aanpassing waar effectief is hangt af van de lokale kwetsbaarheid voor klimaateffecten.  De kwetsbaarheid kan in kaart worden gebracht door middel van een stresstest. Lokale partijen zullen gezamenlijk aan de slag moeten om mogelijke aanpassingen te bepalen - en te realiseren. Het gaat erom dat er bij ruimtelijke inrichting vanzelfsprekend rekening wordt gehouden met het toekomstig klimaat. Dit kan vaak door relatief eenvoudige aanpassingen in (her)inrichtingsprojecten die toch al op de planning staan. Om ruimtelijke adaptatie gemeengoed te maken zullen inrichtingsprincipes en ontwerpcriteria moeten worden aangepast aan het ‘nieuwe klimaat’ en moeten adaptatie doelstellingen worden verankerd in beleid. Het rijk, de provincies, de waterschappen en de gemeenten hebben afgesproken om uiterlijk in 2020 ruimtelijke adaptatie te borgen in beleid. De overheden hebben zeven ambities geformuleerd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Deze ambities moeten ervoor moeten zorgen dat adaptatie van de grond komt. Samen met de inzet van private partijen en burgers moet dit ertoe leiden dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht.