Monitoring en evaluatie van Deltaplan Ruimtelijke adaptatie

In 2014 hebben alle Nederlandse overheden samen het doel vastgelegd dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Dit doel is vastgelegd in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie, en uitgewerkt in zeven ambities met concrete afspraken voor de korte en middellange termijn. In het Deltaprogramma worden de afspraken jaarlijks gemonitord en zo nodig aangepast.

Wat is het doel van deze monitor?

Het uiteindelijke doel van deze jaarlijkse monitor via het Deltaprogramma is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Dat doel kun je alleen halen als je samen goede plannen bedenkt en uitvoert, en daarover afspraken maakt. En als je deze afspraken vervolgens ook monitort. Door dit ieder jaar te doen, ontstaat er een goed beeld van de voortgang. En kunnen tussendoelen worden bijgesteld als dat nodig is.

Elk jaar wordt opnieuw gecontroleerd wat de gemaakte afspraken zijn en of deze moeten worden bijgesteld. Dit gebeurt via 42 werkregio’s, die zelf de eigen ambities en het beleid vaststellen en maatregelen nemen. De zeven ambities zijn:

  • Kwetsbaarheid in beeld brengen
  • Risicodialoog voeren
  • Uitvoeringsagenda opstellen
  • Meekoppelkansen benutten
  • Reguleren en borgen
  • Stimuleren en faciliteren
  • Handelen bij calamiteiten

De werkregio’s vallen onder een gebiedsoverleg, waar er in totaal zeven van zijn. Het Deltaprogramma vraagt ieder gebiedsoverleg elk jaar om een aantal vragen te beantwoorden.

Voorbeelden van vragen

Dit zijn voorbeelden van controlevragen die gebiedsoverleggen elk jaar moeten beantwoorden:

  1. Is er in alle gemeenten een stresstest uitgevoerd?
  2. Zijn er risicodialogen gevoerd?
  3. Is er een vastgestelde adaptatiestrategie?
  4. Is er een vastgestelde uitvoeringsagenda?
  5. Houden de betrokken organisaties rekening met de mogelijke effecten van klimaatverandering? Bijvoorbeeld bij het beheer van rioleringen, openbare ruimte en groen?
  6. Wordt er bij de ontwikkeling van nieuwe plannen rekening gehouden met de mogelijke effecten van klimaatverandering? Bijvoorbeeld in de woningbouw, openbare ruimte, infrastructuur en energietransitie?
  7. Is ruimtelijke adaptatie en het beperken van de gevolgen van klimaatverandering verankerd in het huidige beleid?
  8. Is er het afgelopen jaar schade ontstaan door wateroverlast, hitte, droogte of overstroming?
  9. Welke van de stellingen hieronder gelden voor de werkregio?
  • Er is genoeg kennis om de ruimtelijke inrichting aan te passen aan het veranderende klimaat.
  • Er is genoeg mankracht op het gebied van klimaatadaptatie.
  • Er is genoeg geld voor klimaatadaptatie.
  • Private partijen zijn over het algemeen bereid om adaptatiemaatregelen te nemen.

Waar komen de resultaten?

De resultaten van deze jaarlijkse evaluatie komen in het volgende Deltaprogramma te staan. Het nieuwe Deltaprogramma komt elk jaar uit op prinsjesdag.