Monitoring en evaluatie

De regering wil Nederland goed voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Om beter voorbereid te zijn op overstromingen en op de gevolgen van extreme neerslag, hitte en droogte, is in 2014 de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (DBRA) genomen en is daarover een bestuursakkoord gesloten.

Op 25 mei 2016 hebben het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen opdracht gegeven tot een tussentijdse, ‘lerende’ evaluatie van de ingezette lijn. Eind augustus 2016 is de evaluatie van start gegaan. Zij wordt uitgevoerd door ORG-ID in samenwerking met Deltares, Ambient, Sterk Consulting, de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Doel

Nagegaan wordt of het beleid een goede koers vaart. Bovendien is de evaluatie zelf bedoeld als proces van inspiratie en reflectie voor overheden en marktpartijen die bezig (willen) zijn met ruimtelijke adaptatie. Zo is de evaluatie op twee manieren functioneel bij het helpen realiseren van de transitie die ruimtelijke adaptatie vergt.

Aanpak

Om bovenstaande doelen te realiseren is gekozen voor een zogenaamde ‘responsieve evaluatie.’ Deze wijze van evalueren gaat uit van de perspectieven van personen die concreet gestalte geven aan het beleid (hier: ruimtelijke adaptatie) in hun specifieke situatie. Zo ontstaat er een geïnformeerd beeld over wat de praktijk onder een ‘klimaatbestendige en waterrobuuste’ ruimtelijke inrichting verstaat. Ook wordt helder onder welke voorwaarden de hiervoor benodigde cultuuromslag kan plaatsvinden. Anders dan in traditionele evaluatie wordt dus niet door een representatieve steekproef op kwantitatieve wijze gemeten in welke mate de beleidsdoelen zijn gerealiseerd. Daarvoor is het nog te vroeg. Deze evaluatie helpt betrokkenen en opdrachtgever om op kwalitatieve wijze inzicht te ontwikkelen in de uitwerking, effectiviteit en de impact van het gevoerde beleid onder de verschillende omstandigheden waarin in Nederland ruimtelijke adaptatie vorm krijgt. Op basis daarvan kan het beleid waar nodig worden bijgesteld en nader vorm worden gegeven.

Onderzoeksvragen

In de tussentijdse evaluatie staan de volgende vragen centraal:

  • Werken de huidige instrumenten, maatregelen en werkwijzen om de doelstelling 2020 te halen gezien de ervaringen van de afgelopen twee jaar of is bijstelling of aanvulling nodig?
  • Wat zijn succes- en faalfactoren bij de uitvoering van de DBRA? Hoe loopt het nu in de regio en wat betekent dit voor het beleid en de governance?
  • Geven de geformuleerde doelen van de DBRA, het Stimuleringsprogramma ruimtelijke adaptatie en de doelen en afspraken van de Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies voldoende houvast om partijen in beweging te krijgen en de transitie naar waterrobuust en klimaatbestendig handelen door publieke en private partijen snel genoeg tot stand te brengen?

Voor de evaluatie worden interviews gehouden met 50 betrokkenen, geselecteerd op basis van de aard van hun betrokkenheid bij de DBRA en hun geografische spreiding. Er worden ook regionale en thematische bijeenkomsten georganiseerd met betrokkenen om te reflecteren op de aanpak (‘weten, willen, werken’), het beschikbare instrumentarium en de resultaten van het beleid voor ruimtelijke adaptatie met het oog op de ‘ijkjaren’ 2020 en 2050 uit de deltabeslissing.

Resultaten

De uitkomsten van de evaluatie zijn begin 2017 beschikbaar gekomen. De evaluatie levert bouwstenen voor het 'Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie' dat op Prinsjesdag 2017 wordt uitgebracht.