Infrastructuur

Het Nederlandse netwerk van transportinfrastructuur is essentieel voor het functioneren van onze economie en voor ons welzijn. Wegen, spoorwegen, vaarwegen, luchthavens, zeehavens en buisleidingen worden intensief gebruikt. Extreem weer kan er voor zorgen dat modaliteiten tijdelijk uitvallen of beschadigen. Klimaatverandering leidt er toe dat dit vaker kan gebeuren. Het gevolg kan zijn dat (al dan niet tijdelijk) een andere verdeling tussen de modaliteiten moet ontstaan. De mogelijkheden zijn over het algemeen echter beperkt door de capaciteit van de verschillende modaliteiten. De werking van de Nederlandse infrastructuur kan dus in (tijdelijk) gevaar komen door klimaatverandering.

Onderaan deze introductiepagina vind je linkjes naar de verschillende modaliteiten van infrastructuur.

Integraliteit

Het functioneren van de transportinfrastructuur hangt nauw samen met het functioneren van het elektriciteitsnet, ICT-voorzieningen en de waterhuishouding. Treinen rijden bijvoorbeeld niet als de stroom uitvalt, een weg overstroomt als de afvoer van water niet goed is geregeld en luchthavens zijn afhankelijk van goede infrastructuur die zorgt voor de aan-en afvoer van mensen en goederen. Bij uitval van ICT worden de regelmogelijkheden van de meeste modaliteiten sterk beperkt.

Door deze onderlinge samenhang en verwevenheid met andere netwerken is een integrale benadering van klimaatadaptatie noodzakelijk. Naast het samenwerken met andere netwerken is ook de omgeving belangrijk. Bij een gebiedsgerichte aanpak is het van belang gezamenlijk met alle partners ambities vast te stellen. Op die manier kunnen niet alleen andere netbeheerders geholpen worden om hun klimaatambities te realiseren maar kunnen ook zoveel mogelijk andere maatschappelijke opgaven worden mee gekoppeld (bijvoorbeeld circulaire economie of biodiversiteit).

Maatregelen

Klimaatadaptatie van transportinfrastructuur betekent het investeren in maatregelen die de netwerken waterrobuust en klimaatbestendiger maken. Binnen de sector wordt impliciet en expliciet al rekening gehouden met extreem weer. De maatregelen zijn echter vaak nog gericht op het huidige klimaat en de bijbehorende extreme weersomstandigheden. Dat betekent dat met het oog op klimaatverandering extra maatregelen nodig kunnen zijn. Gegeven de doorgaande klimaatverandering zal regelmatig moeten worden vastgesteld of er extra maatregelen nodig zijn.

Welke maatregelen worden genomen hangt samen met de onzekerheid wanneer en hoe klimaatverandering zich zal manifesteren. Dit vormt een extra uitdaging bij een kosten-baten-afweging. Infrastructuur wordt aangelegd voor een lange periode (levensduur van 50 tot 100 jaar). Zowel te vroeg als te laat investeren in klimaatadaptatie kan dan leiden tot kapitaalvernietiging of kostenineffectiviteit. Daarom wordt in de praktijk zoveel mogelijk gestreefd naar een adaptieve aanpak waarbij een ontwerp voor infrastructuur zo ‘flexibel’ mogelijk is en tussentijds kan worden aangepast aan de actualiteit en veranderde inzichten.

Ambitieniveaus voor de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid van de transportinfrastructuur zijn in de meeste gevallen nog niet in beleid vastgelegd. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze ambities gekoppeld zullen worden aan de gewenste functionaliteit en de gewenste prestaties van de netwerken. De vraag of, en in hoeverre, de maatschappij bereid is om prestatieverlies door klimaatverandering te accepteren en tegen welke kosten, is echter nog niet beantwoord.

Wegen

Wegen

Spoorwegen

Spoorwegen

Binnenvaart

Binnenvaart

Luchthavens

Luchthaven

Ondergrondse infra

Ondergrondse infrastructuur

Zeehavens

Zeehavens