Binnenvaart

Wat verandert er?

De binnenvaart is erg afhankelijk van waterstanden en werking van sluizen in rivieren. Rivieren worden sterk beïnvloed door een veranderend klimaat. De gevolgen zijn op te delen in vier klimaateffecten:

Het wordt natter
Een belangrijk effect van klimaatverandering is het vaker voorkomen van een (te) hoge rivierafvoer door toenemende regenbuien. Dit heeft tot gevolg dat schepen niet kunnen varen wanneer de doorvaarthoogte bij vaste bruggen te laag is of schutsluizen niet werken omdat ze (ook) moeten spuien. Extreem hoge (en lage) waterstanden maken ook het laden en lossen lastiger. Het vaker voorkomen van storm bemoeilijkt het laden en lossen en kan ervoor zorgen dat schepen sneller in moeilijkheden komen.

De zeespiegel stijgt
Hogere zeespiegel kan leiden tot hogere rivierwaterstanden bij de benedenrivieren en in de Zeeuwse delta. Deze veranderingen hebben consequenties voor verkeersmanagement van de scheepvaart en de logistiek van de beroepsvaart. Zeespiegelstijging kan ook leiden tot meer zoutindringing.  De combinatie van laagwater in de droge periode en een hogere zeewaterstand leidt tot problemen bij sluizen op het grensvlak van zout en zoet water, zoals de Volkerraksluizen en de zeesluizen. Deze sluizen hebben namelijk een functie in het scheiden van zout- en zoetwater en hebben een lagere schutcapaciteit waardoor er de beschikbaarheid van de sluizen voor scheepvaart beperkt kan worden.

Het wordt warmer
De verwachting is dat hitteproblemen, zowel als gevolg van gemiddeld hogere temperaturen als temperatuurpieken, toenemen onder invloed van klimaatverandering. Bij hitte worden bruggen uit voorzorg niet geopend, omdat ze niet goed kunnen functioneren. Ook de kwetsbaarheid van (elektrische) installaties en ondersteunende systemen neemt toe bij extreme temperaturen. Door zachtere winters is de verwachting dat de problematiek van ijsvorming en smeltend/kruiend ijs minder vaak zal voorkomen.

Het wordt droger
Onvoldoende vaardiepte door lage rivierafvoeren vormt een van de belangrijkste klimaateffecten voor de binnenvaart. Hogere frequenties en langere droogteperiodes leiden tot lage rivierafvoeren en daarmee tot onvoldoende vaardiepte. Veranderingen in de rivierafvoer als gevolg van klimaatverandering (zowel hogere als lagere waterstanden) zullen daarnaast invloed hebben op het optreden van bodemerosie en sedimentatie. Het is nog niet duidelijk waar en in welke mate klimaatverandering effect heeft op sedimentatie- en erosiepatronen. De grootste knelpunten met onvoldoende vaardiepte zijn te verwachten in de ongestuwde rivieren bij Waal, de IJssel en ongestuwde deel van de Neder-Rijn.

Wat doen vaarwegbeheerders?

Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het hoofdvaarwegennet in combinatie met het Hoofdwatersysteem, de provincies voor het vaarwegbeheer op de regionale wateren. Havens en sluizen kunnen ook door gemeenten en havenbedrijven worden beheerd. Het vaarwegbeheer is gericht op het garanderen van een betrouwbare reistijd voor goederenvervoer over vaarwegen volgens geldende normen. Het richt zich daarvoor op goed onderhoud, vervanging en renovatie aan einde levensduur en functionaliteitsuitbreiding om toekomstige groei en ontwikkelingen te kunnen faciliteren.

De aanpak van de gevolgen van klimaatverandering bij RWS is belegd in diverse programma’s en afspraken als het Deltaprogramma, het Herziene Waterplan en het Beheer- en Ontwikkelplan voor Rijkswateren (BRPW). In het BPRW zijn doelstellingen en activiteiten opgenomen aangaande innovatie, onder meer ook op het gebied van klimaatverandering en klimaatadaptatie. Er is sprake van een integrale aanpak waarbij binnenvaart een van de belangen is naast bijvoorbeeld hoogwaterbescherming, natuurontwikkeling en zoetwaterverdeling.

De programmering voor maatregelen aan het hoofdvaarwegennet wordt enerzijds gebaseerd op de staat en levensduur van de verschillende kunstwerken in beheer van RWS, anderzijds op de knelpunten in de capaciteit van het vaarwegennetwerk. In capaciteitenanalyse wordt (nog) geen rekening gehouden met veranderingen in het systeem als gevolg van klimaatverandering. Voor de Vervanging & Renovatie programmering wordt een methodiek toegepast die is ontwikkeld in het kader van VONK (Vervangingsopgave natte kunstwerken). Daarbij wordt wel rekening gehouden met klimaatverandering.

Samenwerking met andere partijen en sectoren

Grotere variaties in waterstanden van rivieren verminderen de betrouwbaarheid van de modaliteit binnenvaart. Langere perioden waarin de scheepvaart is ontregeld kunnen ertoe leiden dat een deel van het transport via de weg of het spoor moet worden afgewerkt. Dit kan extra congestie geven op spoor en wegnetwerken.

Inspelen op een verminderde capaciteit van het vaarwegennet door klimaatverandering is primair een opgave voor de logistieke sector. Innovaties in schepen, kranen, havens en logistieke processen door de transportsector kunnen daarmee bijdragen aan een klimaatbestendig gebruik van de vaarwegen. Er bestaan geen wettelijke verplichtingen voor vervoerders en verladers om zich aan te passen aan de nadelige gevolgen van klimaatverandering.

Bij de aanpak van vaarwegen is een goede wisselwerking nodig tussen de belangen van hoogwaterbescherming, natuurontwikkeling en zoetwaterverdeling en de belangen van de binnenvaart. Gezamenlijke monitoring en evaluatie van innovaties, ondersteund door een kennisprogramma, zijn nodig zijn om stappen te zetten, te leren en aanpassingen te doen.

Om kennis te ontwikkelen op het gebied van rivierbeheer en klimaatverandering is door RWS in 2017 een ‘Community of Practice’ opgericht. Hierin werken RWS, waterschappen, provincies, gemeenten en private partijen samen. Ook vindt kennis- en informatie-uitwisseling plaats met buurlanden en via Europese programma’s en Partners voor Water.

RWS stelt delen van haar areaal beschikbaar als proeftuin voor innovaties in aanleg en onderhoud. Bedrijfsleven en kennisinstituten moeten helpen met het onderhouden en ontwikkelen van specialistische kennis.