Wegen

Wat verandert er?

Een veranderend klimaat zal op verschillende manieren wegen beïnvloeden. Extreme weersomstandigheden kunnen weginfrastructuur tijdelijk verstoren en wegen en kunstwerken zoals bruggen en tunnels beschadigen. De gevolgen zijn op te delen in vier klimaateffecten:

Het wordt natter
Wateroverlast als gevolg van de toename van extreme buien kan leiden tot schade aan wegen en kunstwerken. Daarnaast kunnen extreme buien zorgen voor een tijdelijke vermindering van de wegcapaciteit; ondergelopen wegen en tunnels en de dreigende verzakking van taluds maken wegen onbruikbaar. Voornamelijk lager gelegen wegen en wegen dicht bij watergangen kunnen hiermee te maken krijgen, omdat extreme neerslag daar moeilijk af te voeren is.

De zeespiegel stijgt
Bij een dijkdoorbraak kunnen volledige tracés onder water komen te staan en kan het functioneren van de totale weginfrastructuur ernstig worden verstoord. Dit bemoeilijkt ook de eventuele evacuatie in geval van overstromingen. Eerste analyses laten echter zien dat het weinig kosteneffectief is om wegen via aanleg en inrichting op een overstroming voor te bereiden. De kans op overstroming is namelijk relatief klein waardoor het risico laag is. De weginfrastructuur biedt wel mogelijkheid voor het uitvoeren van preventieve evacuatie.

Het wordt warmer
Ook extreme hitte door klimaatverandering kan de weginfrastructuur negatief beïnvloeden. Meer hitte betekent namelijk mogelijke schade aan asfalt. Een toename van hitte kan daarnaast uitzetting van stalen delen veroorzaken waardoor beweegbare kunstwerken niet goed kunnen functioneren. Ook de kwetsbaarheid van (elektrische) installaties en ondersteunende systemen neemt toe bij extreme temperaturen. Door zachtere winters zal naar verwachting de overlast door gladheid (sneeuw en ijzel) gaan afnemen.

Het wordt droger
Over het potentiële risico van droogte voor het functioneren van weginfrastructuur is minder bekend; mogelijke effecten zijn ongelijke verzakking onder invloed van droogte en het vaker voorkomen van bermbranden. Instabiliteit en rookontwikkeling kunnen beide leiden tot (tijdelijke) afsluiting van tracés.

Wat doen wegbeheerders?

Om de gevolgen van klimaatverandering op de weginfrastructuur te voorkomen of beperken, kunnen maatregelen worden genomen bij de aanleg of renovatie van wegen en kunstwerken, bijvoorbeeld door bij de bepaling van de capaciteit voor waterafvoer en waterberging rekening te houden met extreem weer. Daarnaast kan bij beheer en onderhoud van de wegtracés het type asfalt vervangen worden, ZOAB tijdig gereinigd worden en waterafvoer voorziening gerealiseerd worden.

Bij verstoring of beschadiging als gevolg van het optreden van klimaateffecten wordt gebruik gemaakt van het aanpassingsvermogen en de herstelcapaciteit van het netwerk. Denk hierbij aan het afstemmen van verkeersmanagement op extreme weersomstandigheden, het aanbieden van omleidingen, het uitgeven van waarschuwingen en het opstellen en uitvoeren van evacuatie- en herstelplannen.

Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het hoofdwegennet, de provincies voor het grootste deel van de overige doorgaande wegen. RWS houdt bij projecten al rekening met effecten van klimaatverandering. Dit doet Rijkswaterstaat bijvoorbeeld op basis van het beleid in het Nationaal Waterplan en het Deltaprogramma (Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie) en past daarbij instrumenten toe als de Omgevingswijzer, het Watertoetsproces de ROADAPT-systematiek en de Rijkswaterstaat-ontwerprichtlijn voor bijvoorbeeld hemelwaterafvoer. In het ontwerp van wegen wordt doorgaans geen rekening gehouden met overstromingen als gevolg van dijkdoorbraken en/of het blijven functioneren van de weg na overstroming. In de Blue Spots studie zijn kwetsbare plekken van het hoofdwegennetwerk voor overstroming en wateroverlast in kaart gebracht. In 2018-2019 wordt een stresstest uitgevoerd van het hoofdwegennet (HWN), waarbij de bluespotstudie wordt geactualiseerd en uitgebreid. Op basis daarvan kunnen mogelijke maatregelen worden geïdentificeerd en kan het ministerie ambitieniveaus gaan vaststellen (door middel van de zogenaamde risicodialoog).

In oktober 2017 is de Handreiking Duurzaamheid in het MIRT – thema’s Energie/CO2 en Klimaatadaptatie – in werking getreden, opgesteld door RWS in samenwerking met DGRW, DGB en DGMI. Hierin is op procedureel niveau verder uitgewerkt hoe klimaatverandering (mitigatie en adaptatie) in de planvorming kunnen worden meegenomen en zijn ‘best practices’, voorbeeldprojecten en instrumenten benoemd aan de hand waarvan de problematiek per project verder kan worden uitgewerkt.

Samenwerking met andere partijen en sectoren

In het kader van een brede gebiedsgerichte benadering gaat de wegbeheerder samen met andere netwerkbeheerders en gebiedspartners (waterschappen, gemeenten) op zoek naar de meekoppelkansen, waaronder kansen op het gebied van klimaatadaptatie. Daarbij worden vaak hulpmiddelen ingezet zoals de omgevingswijzer en het ambitieweb.

De Aanpak Duurzaam GWW (grond-, weg-, en waterbouw) is een werkwijze die op alle fases in het aanbestedingsproces ingrijpt en ruimte biedt aan duurzame innovatie en waaraan vele partijen binnen de GWW sector zich hebben geconformeerd. Het is een praktische werkwijze om duurzaamheid in GWW-projecten concreet te maken en om in alle fases van het proces de ambitie op het gebied van duurzaamheid te formuleren en te realiseren. Klimaatadaptatie is daarbij één van de duurzaamheidsaspecten.