Pilots uitvoeringsprojecten

Voorwaarden deelname pilots uitvoeringsprojecten 2020

De minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft de Tweede Kamer in juni 2018 toegezegd dat zij extra ondersteuning biedt aan overheden en regio’s die de klimaatadaptatieopgaven (nagenoeg) in beeld hebben, ofwel waar aantoonbaar sprake is van urgente problematiek. Op die manier wil de minister de uitvoering bij koplopers versnellen en de aanpak van urgente problematiek mogelijk maken.

In 2019 en 2020 komt een beperkt aantal uitvoeringsprojecten in aanmerking voor ondersteuning. De eerste selectie van projecten is inmiddels achter de rug. De inschrijving voor de tweede tranche projecten is nu geopend. Een aanvraag kan alleen worden ingediend door overheden die al inzicht hebben in de klimaatadaptatieopgaven en die daarvoor al uitgewerkte programma’s of maatregelenpakketten hebben klaarliggen. Projecten die voor de eerste tranche pilots niet werden geselecteerd, kunnen opnieuw worden ingediend door het aanvraagformulier pilots 2020 in te vullen.

Leereffecten

De geselecteerde uitvoeringsprojecten dienen als pilot. De opgedane kennis over de praktijk, het proces en de effectiviteit van maatregelen kunnen door andere lokale en regionale overheden worden toegepast. Mogelijke leereffecten zijn (niet uitputtend):

  • het toepassen van innovatieve maatregelen en technieken;
  • het realiseren van een samenwerkingsproces in de regio;
  • het omgaan met burgerparticipatie (zelfredzaamheid, bewustwording, omgevingsmanagement)
  • het vormgeven van een integrale aanpak met andere opgave(n) en thema’s, zoals de energietransitie, landbouw, woningbouw en natuur.

Financiering

In 2020 is in totaal 4,8 miljoen euro beschikbaar voor de uitvoering van pilots. Het ministerie van IenW draagt maximaal 50 procent bij – maar niet meer dan 1,5 miljoen euro (inclusief btw) – aan de klimaatadaptatieve component van een project.

De financiering van de pilots zal plaatsvinden door middel van een decentralisatie-uitkering via het Gemeentefonds of Provinciefonds, in combinatie met een bestuursovereenkomst. Om die reden dient tenminste één van de betrokken partijen een gemeente of provincie te zijn die optreedt als kassier.

Randvoorwaarden

Om in aanmerking te komen voor selectie en financiering, moet een project aan de volgende randvoorwaarden voldoen:

  • De regionale opgave is inzichtelijk gemaakt via een stresstest of risicodialoog of er is aantoonbaar sprake van urgente problematiek.
  • Er is een onderbouwde relatie tussen urgentie of analyse (uitkomst stresstest en risicodialoog) en een programma of maatregelenpakket. De pilot draagt zodoende bij aan een versnelde uitvoering van de uitvoeringsagenda.
  • Er is aantoonbaar sprake van een (op te schalen) leereffect. In het projectvoorstel is opgenomen welke kennis men verwacht op te doen en hoe deze kennis zal worden gemonitord en verspreid.
  • De klimaatadaptieve component van het uitvoeringsproject heeft een minimale omvang van 500.000 euro. Het Rijk draagt maximaal 50 procent bij, maar niet meer dan 1,5 miljoen euro, aan de klimaatadaptieve component van een project.
  • De kostenraming is inclusief De btw-compensabele component is apart inzichtelijk gemaakt. Dit is een strenge eis, aangezien deze informatie van belang is voor overboekingen van het Rijk aan het Provinciefonds en/of Gemeentefonds. Om te kunnen beoordelen aan welke activiteiten middelen worden besteed, beschikt de kostenraming over voldoende detailniveau. Alleen investeringskosten komen in aanmerking, de uren van de aanvragende organisaties niet.
  • In de begroting is inzichtelijk gemaakt welk gedeelte van de begrote activiteiten en middelen klimaatadaptatie betreft. Alleen dat onderdeel komt in aanmerking voor een rijksbijdrage van maximaal 50 procent.
  • Uit de aanvraag blijkt duidelijk hoeveel middelen de regio zelf al heeft gereserveerd voor het project (opgave van nog niet geformaliseerde bijdragen van regionale partijen is niet voldoende). Een persoon uit het bestuur van de aanvrager tekent hiervoor. De regionale financiering van de component klimaatadaptatie in het project bevat geen rijksmiddelen.
  • De uitvoering van de pilot (‘schop in de grond’) kan uiterlijk begin 2020 starten en is uiterlijk de tweede helft van 2021 afgerond.
  • De pilot betreft geen reguliere beheer- en onderhoudsprojecten, tenzij sprake is van het toepassen van innovatieve maatregelen of technieken die bijdragen aan het met deze pilots beoogde leereffect.
  • Een pilot wordt aantoonbaar gedragen door een coalitie van minimaal twee lokale of regionale overheden.
  • Betrokkenheid van onderwijs- en kennisinstellingen, het bedrijfsleven en/of een internationale samenwerking is een pre.
  • De vormgeving van een integrale aanpak met andere opgave(n) en thema’s, zoals landbouw, pilots aardgasvrije wijken, woningbouw, natuur en de energietransitie is een pre.

Het Rijk draagt niet bij aan kosten die al gemaakt zijn voordat de aanvraag is ingediend.

Selectievoorwaarden

Bij de selectie van de pilots spelen de volgende voorwaarden een rol:

  • Een redelijke spreiding over Nederland (eerste tranche pilots meegerekend).
  • Een redelijke spreiding over inhoudelijke thema’s op het gebied van ruimtelijke adaptatie.
  • Een redelijke spreiding over landelijk en bebouwd gebied.
  • De mate van betrokkenheid van onderwijs- en kennisinstellingen en het bedrijfsleven of de mate van grensoverschrijdende samenwerking.
  • De mate waarin een integrale aanpak wordt gehanteerd met andere opgave(n) en thema’s, zoals landbouw, pilots aardgasvrije wijken, woonopgave, natuur of de energietransitie.
  • De mate waarin de regio zelf investeert (in het klimaatadaptieve onderdeel van het project): hoe meer men naar verhouding zelf investeert, hoe meer kans op een rijksbijdrage.

Proces en selectie pilots uitvoeringsprojecten

Voor het indienen van een voorstel voor een pilotproject kunt u gebruik maken van dit format (docx, 92 kB). Formuleer het voorstel helder en bondig (maximaal vijf A4’tjes). Nadere informatie kunt u – indien noodzakelijk – toevoegen als bijlage.

Een voorstel wordt ingediend door één lokale of regionale overheid als centraal contactpunt namens de coalitie van deelnemende partijen (tenminste twee lokale/regionale overheden). Het voorstel hoeft dus niet afkomstig te zijn van een hele DPRA-werkregio. Het is toegestaan om uit één werkregio of gebied meerdere voorstellen in te dienen.

Uw voorstel moet uiterlijk 15 november 2019 ingediend zijn bij het ministerie van IenW. U kunt hiervoor gebruikmaken van de digitale postbus van het team Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie: postbus.RA@minienw.nl; o.v.v. ‘inzending voorstel pilot ruimtelijke adaptatie’.

De minister van IenW besluit uiteindelijk over de toekenning. Het streven is om uiterlijk 1 februari 2020 bekend te maken welke pilots in 2020 ondersteund zullen worden.

Vragen kunt u via het contactformulier stellen aan het team Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie.


Uitvoeringsprojecten