Vitale en Kwetsbare functies

Het Deltaprogramma geeft bijzondere aandacht aan vitale en kwetsbare functies. Dit zijn functies die cruciaal zijn voor de rampenbeheersing bij overstromingen of functies die bij een overstroming ernstige schade met zich mee kunnen brengen voor mens, milieu of economie. De Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie stelt dat het Rijk er zorg voor draagt dat nationale vitale en kwetsbare functies uiterlijk in 2050 beter bestand zijn tegen overstromingen.

Overheden en bedrijven zijn zich vaak niet bewust van overstromingsrisico’s. Daarom wordt bij de locatiekeuze, inrichting en bouwwijze van vitale en kwetsbare functies vaak niet of nauwelijks rekening gehouden met waterveiligheidsaspecten. Zo worden de risico’s (onbewust) vergroot door bijvoorbeeld de huidige tendens in het ruimtelijke beleid om vitale objecten, zoals elektriciteitshuisjes, uit het zicht te plaatsen.

Voor een effectieve aanpak is het nodig dat de sectoren zich bewust zijn van overstromingsrisico’s en deze risico’s meenemen in hun bedrijfsvoering en bij (vervangings)investeringen. Dit begint steeds meer te komen. De aanpak focust op de volgende functies/onderdelen, omdat de potentiële effecten in geval van een overstroming daar het meest ernstig zijn:

Tabel 1: Overzicht nationale vitale en kwetsbare functies volgens het Deltaprogramma

V&K5

Het gebrek aan bescherming van deze vitale en kwetsbare functies kan ernstige gevolgen hebben. Voorbeelden daarvan hebben we kunnen zien in het buitenland. Zo veroorzaakte de orkaan Sandy in 2012 in de Verenigde Staten een enorme ontwrichting van de infrastructuur. Als gevolg van het hoge water zijn er veel ondergrondse metrostations overstroomd. De drie luchthavens van New York werden gesloten omdat de landingsbanen onder water stonden. Bovendien viel de elektriciteit op veel plaatsen uit. Meer dan twee miljoen aansluitingen kwamen zonder stroom te zitten, waarvan driekwart in New York City. Een flink aantal ziekenhuizen moest bovendien de deuren sluiten, waardoor de overige ziekenhuizen volstroomden. De totale schade werd een maand na de orkaan berekend op 42 miljard dollar.

Interdepartementale afspraken

De deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie (september 2014) bevat afspraken (pdf, 17 MB) om dertien nationale vitale en kwetsbare functies beter bestand te maken tegen overstromingen met als doel uiterlijk in 2050 een waterrobuuste inrichting van Nederland te realiseren. De afspraken zijn verdeeld in drie stappen, die aansluiten bij de systematiek van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie en daarvoor samen de strategie vormen:

  1. Weten: de analyse van de kwetsbaarheid. De verantwoordelijke ministeries zouden samen met de sectoren uiterlijk in 2015 inzicht geven in de kwetsbaarheid en de ketenafhankelijkheid (uitzondering afvalwater en chemie; hiervoor geldt een einddatum van 2017).
  1. Willen: de vertaling van de analyse naar een gedragen ambitie en strategie met concrete doelen. Voor 2020 hebben de verantwoordelijke ministeries beleid en toezicht gereed om de afgesproken ambitie te halen, waar nodig geborgd door afspraken met de sectoren en/of door regelgeving.
  1. Werken: voor 2050 hebben de sectoren maatregelen genomen, onder andere door bij hun investeringsbeslissingen rekening te houden met overstromingsrisico’s.

In jaarlijkse rapportages wordt de voortgang gemonitord.

De onderstaande infographic laat de voortgang zien per medio 2016.

Voortgang V&K

In december 2016 is een eerste aanzet gegeven voor de bepaling van een gezamenlijk ambitieniveau.

Regionaal

Om deze nationale aanpak tot een succes te maken zijn ook regionale overheden nodig. Zij zorgen immers voor de doorwerking in de ruimtelijke ordening (bestemmingsplannen) en voor vergunningverlening en handhaving van de sectorale wetgeving. Verder is het aan regionale overheden om een eigen ambitie te bepalen voor het waterrobuust maken van hun vitale en kwetsbare functies. De afbakening op grote lijnen tussen nationale en regionale vitale en kwetsbare functies moet voor een aantal functies nog verder worden uitgewerkt. Hierbij is kennis van de sectoren nodig over het functioneren van de netwerken en objecten. Een aantal regio’s, waaronder Zeeland, Noord-Holland, Utrecht en Overijssel, is al begonnen de noodzakelijke kennis in kaart te brengen.

Meer informatie over de aanpak in deze regio's vindt u op deze pagina.


Rapportages

Impressie van themabijeenkomsten

Pilots vitaal en kwetsbaar

Deltaprogramma scenarios