Droogte

In het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is geraamd dat de maatschappelijke kosten van droogte en hitte tot 2050 hoger kunnen oplopen dan de kosten van wateroverlast. Twee van de vier KNMI’14 klimaatscenario’s geven aan dat Nederland droger wordt. Droogte kan leiden tot bodemdaling en funderingsproblemen, maar ook tot schade bij landbouw, natuur, stedelijk groen en scheepsvaart. Daarnaast leidt droogte tot problemen met de waterkwaliteit. De kwetsbaarheid voor droogte hangt niet alleen af van de lokale weeromstandigheden, maar ook van de aanvoer van zoetwater via de grote rivieren. Tekorten kunnen leiden tot uitzakkende peilen, verzilting en onttrekkingsbeperkingen. Droogte heeft vaak een geleidelijk verloop. Bij het onderzoeken van kwetsbaarheden is het daarom van belang om verschillende typen informatie te raadplegen – afhankelijk van de omstandigheden. Meer achtergrondinformatie over droogte is op deze pagina te vinden.

Gebruik basisinformatie

Het neerslagtekort wordt vaak gebruikt als een indicatie voor droogte. Het neerslagtekort is het verschil tussen de neerslag en de potentiële verdamping over de periode van 1 april tot 1 oktober. In de kaartverhalen wordt de mogelijke ontwikkeling van het neerslagtekort toegelicht onder het tabblad ‘Het wordt droger’. Er wordt bijvoorbeeld getoond dat het neerslagtekort dat in 2050 met een kans van eens in de tien jaar optreedt, gemiddeld 300 mm bedraagt. Momenteel is dat 225 mm. De kans op gewasschade of uitzakkend grondwater neemt daarbij toe. De kaarten in de klimaateffectatlas tonen hoe deze tekorten landelijk variëren. Ter referentie: het landelijk gemiddelde neerslagtekort in het extreem droge 2018 schommelde in augustus en september rond 300 mm.

Het neerslagtekort is een goede indicator voor droogte, maar is niet direct te vertalen naar fysieke gevolgen. Zo zal in de praktijk bij bodems en gewassen de echte verdamping minder zijn dan de potentiële verdamping. De kenmerken van de bodem, het watersysteem en de vegetatie bepalen de werkelijke gevolgen. Deze effecten kunnen worden weergegeven op kaarten om kwetsbaarheden te verkennen. Vaak is daar nog aanvullende informatie bij nodig. Zo kan het uitzakken van grondwater met name tot grote schades leiden als fundering met houten paalkoppen droogvalt. Het bepalen van kwetsbaarheden vergt dus het combineren van informatie over droogte met informatie over de gevoeligheid van objecten en functies voor droogte.

Aanbevolen wordt ten minste de kwetsbaarheid te onderzoeken met de aangeboden informatie over:

Het toepassen van bovengenoemde informatie is de standaard voor het thema Droogte. De links hierboven leiden naar pagina’s waarop de verschillende informatiebronnen, en toepassing daarvan, nader worden beschreven.

Creëer informatie op maat

De handleiding bevat voor Droogte geen standaard aanpak voor het maken van informatie op maat. De lokale processen, effecten en beschikbare informatie variëren zodanig per geval dat dit nauwelijks te vangen is in een generieke aanpak. Lokale kenners, informatiebronnen en deskundigen kunnen plaatselijke kwetsbaarheden veelal wel nauwkeuriger duiden. De toelichtingen in de handleiding bij het gebruik van basisinformatie bieden ook houvast. De principes zijn op verschillende schalen namelijk veelal gelijk, maar het maatwerk vereist meer en gedetailleerdere gegevens. De beschikbaarheid en aard van de informatie verschilt sterk per gemeente. Een inventarisatie en evaluatie van de situatie in de droge zomer zoals 2018 zal in ieder geval zinvolle inzichten opleveren. En in gebieden met een slappe ondergrond kunnen ook huidige beheer en onderhoudsinspanningen aan de openbare ruimte en infrastructuur waardevolle informatie bieden.


droogte-vk