Achtergrondinformatie droogte

Droogte is één van de thema’s van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, naast wateroverlasthitte en  overstroming. De KNMI'14 scenario's laten zien dat de neerslagpatronen veranderen. Droogte kan een bedreiging vormen voor de waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid in ons land. Deze pagina geeft een beknopte toelichting op het thema droogte en linkt door naar andere relevante pagina’s binnen en buiten het kennisportaal.

Hoe ontstaat droogte?

Droogte ontstaat wanneer er in een langere periode meer water verdampt dan er door neerslag bijkomt.  Hoe warmer, zonniger en winderiger, hoe meer water er verdampt. Ook grondwaterstanden kunnen dan uitzakken. Watertekort problemen kunnen ook optreden omdat de aanvoer van water via de grote rivieren afneemt in droge zomers.

In Nederland is iedere zomer sprake van droogte. De zomer van 2018 was extreem droog. Op het hoogtepunt, in augustus en september, was er een neerslagtekort van circa 300 mm. Er moet dan erg veel neerslag in de herfst en winter vallen om dit tekort aan te vullen. Langdurige droogte, zoals in 2018, komt in Nederland in het huidige klimaat eens in de 30 jaar voor.

Wat zijn de gevolgen van droogte?

Langdurige droogte kan uiteenlopende gevolgen hebben. Wanneer er watertekorten optreden, kan dit leiden tot schade aan landbouw en natuur. Bovendien is er onder droge omstandigheden in de zomer een grotere kans op natuurbranden. Droogte kan ook leiden tot (extra) bodemdaling. Door lage grondwaterstanden kunnen gebieden met veen en klei inklinken, met schade aan hiervoor gevoelige infrastructuur, gebouwen en funderingen tot gevolg.

De Klimaateffectatlas laat zien hoe droogte zich in Nederland kan ontwikkelen door klimaatverandering. De Bijsluiter gestandaardiseerde stresstest Ruimtelijke Adaptatie geeft aan hoe je de kwetsbaarheid van een gebied met de atlas in kaart kunt brengen.

Wordt het in de toekomst droger?

De modelberekeningen voor droogte in het toekomstig klimaat laten geen eenduidig beeld zien. Volgens twee van de vier KNMI’14-scenario’s worden de zomers droger en loopt de rivierwateraanvoer terug. De andere twee scenario’s laten een kleine neerslagtoename zien in de zomer. Een recent onderzoek laat echter zien dat het waarschijnlijker is dat het droger wordt.

Wat is onze kwetsbaarheid voor droogte?

Droogte kan tot problemen leiden wanneer er onvoldoende water beschikbaar is van voldoende kwaliteit voor een bepaald gebruik. Niet elke plek is even gevoelig voor de gevolgen van droogte. Er zijn bijvoorbeeld verschillen tussen hoog en laag Nederland. Hoog Nederland bestaat uit de hoge zandgronden in het oosten en zuiden van Nederland en laag Nederland bestrijkt het westelijk deel van Nederland. In hoog Nederland kan vaak geen water vanuit de rivieren worden aangevoerd. Hier zijn gebruikers volledig afhankelijk van neerslag en grondwater. Bij aanhoudende droogte zullen in hoog Nederland daarom sneller beregeningsverboden worden ingesteld en zullen beken en watergangen sneller droogvallen. In laag Nederland kan wel water uit de rivieren en andere zoetwaterbronnen worden aangevoerd, zoals vanuit het IJsselmeer, maar kan bij onvoldoende rivierwater verzilting optreden. In het voorjaar wordt het waterpeil van verschillende wateren verhoogd, zodat er voor de gebieden in laag Nederland meer water is tijdens de droge zomermaanden.

Hoe zijn de gevolgen van droogte te beperken?

In het Deltaprogramma Zoetwater is afgesproken dat overheden en gebruikers de waterbeschikbaarheid transparant maken en risico’s in beeld brengen. Dit kan worden vertaald naar maatregelen en afspraken over het omgaan met tekorten. Als er sprake is van watertekort komt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) in werking en adviseert deze een verdeling van het beschikbare water uit de grote rivieren over de sectoren die daarvan afhankelijk zijn. Voorbeelden van deze sectoren zijn de land- en tuinbouwsector, de scheepvaartsector en natuurbeheer. De LCW kijkt naar de hoeveelheid water per sector, maar ook naar de juiste waterkwaliteit voor de bestemming ervan. De verdeling van het beschikbare water is vastgelegd in de verdringingsreeks. De video hieronder licht de verdringingsreeks toe.

Om de gevolgen van droogte te beperken zijn vele methoden beschikbaar, waaronder het optimaliseren van waterverdeling door klimaatbestendige aanvoerroutes, slimme doorspoeling en het benutten van buffers. Een optie is de bodem in te zetten als buffer. Tijdens natte perioden wordt het water in de bodem vastgehouden en kan een periode met een neerslagtekort gedeeltelijk of geheel worden overbrugd. Het op peil houden van de grondwaterstanden heeft ook als voordeel dat bodemdaling wordt tegengegaan in gebieden met veen of klei. Systemen zoals onderwaterdrainage of actief stedelijk grondwaterbeheer voorkomen het uitzakken van de grondwaterstand en bestrijden daarmee nadelige effecten van droogte, maar vergroten de watervraag.

Naast het vasthouden van water in de bodem, kan water worden opgeslagen in waterreservoirs, bijvoorbeeld op het perceel van  glastuinbouwers of in natuurgebieden. Ook in de bedrijfsvoering zijn besparings- of circulatiemogelijkheden. Hergebruik van waterstromen zoals effluent kan ook bijdragen om tekorten te beperken.

Ook inwoners kunnen een steentje bijdragen om de gevolgen van droogte te beperken. Zij kunnen bijvoorbeeld maatregelen nemen om het water niet te verspillen. Inwoners kunnen hun tuin zo inrichten dat ze in natte perioden water opvangen, bijvoorbeeld met een regenton. Dit water kunnen ze in een droge periode gebruiken om de planten water te geven. De ontwerptool Groenblauwe netwerken biedt maatregelen om de tuin en omgeving klimaatbestendiger in te richten. Op deze nieuwspagina geeft een hovenier tips voor het beschermen van een tuin tegen de extreme droogte.