Zoetwaterbeschikbaarheid (DP Zoetwater)

De beschikbaarheid van zoetwater van voldoende kwaliteit is geen vanzelfsprekendheid. Met name in droge zomers kan de aanvoer via rivieren teruglopen, kunnen grondwaterstanden uitzakken of kan de waterkwaliteit onder druk staan door verzilting, opwarming of groei van organismen als blauwalg.

Het Deltaprogramma Zoetwater brengt de beschikbaarheid van zoetwater in beeld, evenals de risico’s op watertekort. Daarvoor wordt een knelpuntanalyse uitgevoerd en het proces van waterbeschikbaarheid doorlopen. Gedurende het waterbeschikbaarheidsproces worden met gebruikers afspraken gemaakt op basis van de risico’s op tekorten en de beschikbare handelingsperspectieven. Overheden en gebruikers spreken zo af hoe de gevolgen van tekorten kunnen worden beperkt. Basis voor de knelpuntanalyse zijn berekeningen van de waterbeschikbaarheid in een gemiddeld jaar en een droog jaar, met een herhalingskans van eens in de tien en eens in de honderd jaar, in het huidige klimaat en onder klimaatverandering conform de deltascenario’s. Bij de berekeningen wordt rekening gehouden met de maatregelen die tot 2021 voor het Deltaplan Zoetwater worden uitgevoerd, maar ook met toekomstige ontwikkelingen in landgebruik zoals meer beregening.

De nadelige gevolgen van watertekort verschillen per gebruiker. Zo zijn voor de scheepvaart vaardiepte en schutbeperking relevant, terwijl voor de procesindustrie temperatuur of verzilting bepalend zijn. In stedelijk gebied kunnen uitzakkende grondwaterstanden belangrijk zijn vanwege risico’s op bodemdaling, funderingsschade of stedelijk groen, maar ook doorspoeling om stank en waterkwaliteitsproblemen als botulisme te voorkomen. De waterbeschikbaarheid zoals het Deltaprogramma Zoetwater deze berekent, vergt dus vaak een gebruiker specifieke vertaling.

Knelpunten waterbeschikbaarheid per district

Voor de nationale knelpuntenanalyse van Deltaprogramma Zoetwater wordt voor 17 districten, waarin Nederland is verdeeld, vraag en aanbod in beeld gebracht. Er wordt aangegeven waar tekort aan water van voldoende kwaliteit kan optreden bij gemiddelde of extreem droge jaren (herhalingskans van 1 op 100 jaar). Tevens zijn voor enkele gebieden lokale analyses gemaakt en beschikbaar gesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Te weinig aanvoermogelijkheid vanuit het hoofdwatersysteem
  • Te krappe doorvoermogelijkheden in het regionale systeem
  • Te zout water.

Ook kunnen meerdere van deze tekorten samen optreden.

Voor stedelijk grondwater heeft de nationale knelpuntanalyse beperkte waarde. Voor dergelijke lokale situaties kan de nationale knelpuntanalyse vooral als een indicatie worden benut. De lokale processen van waterbeschikbaarheid geven dan een meer relevant beeld van de kwetsbaarheid voor droogte.

Aandachtpunten

  • De kaarten uit de knelpuntenanalyse geven een indicatie van de aard van knelpunten die in de regio spelen. Het hangt van de eisen en handelingsperspectieven van de regio en de gebruikers af in hoeverre die ook gevoeld worden in de regio.
  • De regionale knelpunten vergen een dialoog met gebruikers om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke schades en handelingsperspectieven. Hiervoor zijn vaak lokale metingen en conceptualisaties nodig die ook aansluiten bij de specifieke behoeften van de gebruikers.