Maximale overstromingsdiepte

Breng eerst in beeld of het betreffende gebied (of de betreffende infrastructuur) gevoelig is voor overstromingen. Overstromingen kunnen ontstaan vanuit het primaire systeem (rivieren, grote meren en zee) en vanuit het regionale systeem (bijvoorbeeld kanalen, boezems, beken, kleine rivieren). Op één plaats kan sprake zijn van een potentiële overstroming vanuit zowel het primaire als het regionale systeem, met verschillende gevolgen. De kans op, de aard en de omvang van overstromingen vanuit primair en regionaal systeem, verschillen. Daarom worden hier meerdere overstromingskaarten aangeboden.

De stresstest ‘gevolgbeperking overstromingen’ brengt in beeld of het nodig is om maatregelen te nemen die de gevolgen van een overstroming beperken. Dat vraagt om een expliciete afweging op basis van de kwetsbaarheid van een gebied in combinatie met de functies in het gebied. Deze afweging kan een rol spelen bij de locatiekeuze voor nieuwbouw, maar ook bij de manier waarop gebouwd wordt. Het aanpassen van bestaande bouw is moeilijker en duurder dan het meegeven van randvoorwaarden voor nieuwbouw of herontwikkeling.

Welk type maatregelen in een gebied passend zijn, hangt af van de te verwachten overstromingsdiepte:

Legenda waterdiepten

Er zijn drie overstromingsdieptekaarten beschikbaar in de Klimaateffectatlas en de Kaartverhalen:

Overstromingskaarten

  1. De eerste kaart toont de maximale overstromingsdiepte als gevolg van het bezwijken van een waterkering langs het hoofdwatersysteem (zee, meren en grote rivieren).
  2. De tweede kaart toont de maximale overstromingsdiepte als gevolg van het bezwijken van een regionale waterkering (langs het regionale watersysteem), zoals gerapporteerd in het kader van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR). Deze kaart is echter niet compleet, omdat nog niet alle gebieden zijn gerapporteerd die vanuit het regionale systeem kunnen overstromen. De lokale waterbeheerder kan een compleet beeld van deze overstromingsgevoelige gebieden beschikbaar stellen.
  3. De derde kaart toont de overstromingsdiepte van de onbeschermde gebieden langs de grote rivieren, meren en de kust, bij een waterstand met een terugkeertijd van 1000 jaar (een kans van 1/1000 per jaar), zoals gerapporteerd in het kader van de ROR. Deze zogenaamde ‘buitendijkse gebieden’ verschillen sterk van aard. In buitendijkse gebieden, die (relatief) hoog frequent kunnen overstromen, liggen over het algemeen weinig kwetsbare objecten (zoals uiterwaarden die ingericht zijn voor landbouw of als natuurgebieden). Maar er zijn ook buitendijkse haven- en industrieterreinen (zoals de Botlek) en duinmassieven met hotels, woningen en/of recreatieparken (bijvoorbeeld bij Grevelingen). Deze gebieden overstromen niet of nauwelijks bij een terugkeertijd van 1000 jaar, maar kunnen bij kleinere terugkeertijden wel overstromen; met potentieel veel schade. Ruimtelijke maatregelen kunnen hier de kwetsbaarheid verder verkleinen. In hoog-Nederland zijn veel gebieden langs beken ook niet beschermd door dijken. Het gebied dat potentieel kan overstromen is vaak beperkt, maar doordat de waterstand in beken bij hevige neerslag snel kan stijgen, treden overstromingen vaak snel en onverwacht op.

Aandachtspunten
Deze kaarten geven een eerste beeld van de maximale overstromingsdiepte (of: overstroombaarheid) van een gebied. Indien een gebied op de kaarten niet ‘overstroomt’, is er vanuit het thema gevolgbeperking overstromingen geen opgave. Als het gebied wél overstroomt, betekent dit dat er nader onderzocht moet worden of gevolgbeperkende maatregelen nodig en mogelijk zijn. Dan helpt het om naar de tweede geadviseerde kaarten te kijken: 'Plaatsgebonden overstromingskans'.

De gesuggereerde maatregelen per diepte-interval, geven een eerste indicatie van een mogelijk handelingsperspectief. Welke maatregelen écht passend zijn, hangt af van de daadwerkelijk optredende waterdiepte. Een overstromingsdiepte van 55 cm levert immers andere gevolgen en potentiële maatregelen op dan een overstroming van 1,80 m. Indien er maatregelen worden overwogen, is het dus nuttig om in meer detail te kijken naar de overstromingsdiepte.