Veranderingen in neerslaghoeveelheid en frequentie

In de Kaartverhalen wordt de mogelijke ontwikkeling van de hoeveelheid neerslag toegelicht onder het tabblad ‘Het wordt natter’. Door rechts een indicator voor de neerslagverandering te kiezen, wordt in de staafdiagrammen getoond hoe die indicator verandert onder twee verschillende klimaatscenario’s. De diagrammen tonen de range van de mogelijke verandering. De kaart rechtsonder kan worden gebruikt om te onderzoeken hoe de neerslagkarakteristieken zich binnen Nederland tot elkaar verhouden. Die karakteristieken verschillen namelijk als gevolg van zee-invloed, hoogteverschillen, ligging ten opzichte van grote steden of bodemtype.

Bij het verkennen van de kwetsbaarheid in de bebouwde omgeving, moet vooral worden gewerkt met de informatie over intensieve, kortdurende buien. Het watersysteem in de verharde bebouwde omgeving is hier namelijk het meest gevoelig voor. Hetzelfde geldt voor hellende gebieden (o.a. Limburg) en kleine regionale systemen met beperkte berging in de bodem en waterpartijen. Neerslag wordt hier niet of nauwelijks in de bodem opgenomen en stroomt snel af naar laag gelegen delen. Het landelijk gebied heeft een langere reactietijd bij neerslaggebeurtenissen. Hier zijn de langdurige neerslaggebeurtenissen van meer belang.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de neerslag. Er komen daarom regelmatiger dan voor andere thema’s, nieuwe cijfers beschikbaar. Omdat de beschikbare kaarten niet op hetzelfde moment zijn gemaakt, liggen hier niet precies dezelfde neerslagstatistieken aan ten grondslag. Het is daarom belangrijk om te signaleren en te rapporteren op welke bron de kaarten en diagrammen zijn gebaseerd:

Aandachtspunten

  • De kaarten van neerslag in het huidige klimaat zijn gebaseerd op waarnemingen in de periode 1981-2010
  • De neerslagkaarten in de klimaateffectatlas en diagrammen van neerslag in de kaartverhalen zijn gebaseerd op de KNMI’14 klimaatscenario’s.