Handreiking gestandaardiseerde stresstest light

Klimaatadaptatie en stresstest

De kern van de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Overheden gaan ervoor zorgen dat schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt en letten daarop bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van bestaande bebouwing, vervanging van rioleringen en wegonderhoud.

In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie hebben de overheden 7 ambities benoemd voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van Nederland. Met deze ambities onderschrijven gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie te willen versnellen en intensiveren.

Ruimtelijke adaptatie en stresstest light

Ruimtelijke adaptatie start met het in beeld brengen van de kwetsbaarheden voor de vier thema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Voor het in beeld brengen van de kwetsbaarheden op deze vier thema’s kunnen zogenaamde klimaatstresstesten gebruikt worden. Klimaatstresstesten zijn er in vele soorten en maten. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie hebben we afgesproken dat alle overheden uiterlijk in 2019 een eerste stresstest voor alle thema’s hebben uitgevoerd. Veel gemeenten en waterschappen zijn hier mee bezig of hebben dit al gedaan, vooral als het gaat om wateroverlast.

Om alle overheden in de gelegenheid te stellen dit te doen, is een eenvoudige gestandaardiseerde stresstest ontwikkeld. We noemen deze eerste stresstest de stresstest light. Deze stresstest light geeft een eerste indruk van de kwetsbaarheden van een gebied en geeft daarmee invulling aan de eerste van de 7 ambities. Het doel van deze eerste ambitie is agendering en bewustwording van de mogelijke kwetsbaarheden van een gebied als gevolg van veranderingen in het klimaat. De stresstest light is van toepassing op zowel stedelijk als landelijk gebied.

De stresstest light is speciaal ontwikkeld voor gemeenten en waterschappen die op één of meerdere thema’s nog niet of nauwelijks met klimaatadaptatie bezig zijn. De stresstest light is gebaseerd op de beelden uit de Klimaateffectatlas, maar kan bijvoorbeeld ook (deels) ingevuld worden met de resultaten van eigen stresstests.

Het uitvoeren van een stresstest light geldt als een invulling van de actie ‘alle overheden hebben uiterlijk eind 2019 een stresstest uitgevoerd’, zoals benoemd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Ook eerder uitgevoerde stresstesten gelden als een invulling hiervan, mits deze de vier thema’s wateroverlast, hitte, droogte en overstroming beslaan. Eventueel kan een eerder uitgevoerde stresstest worden aangevuld met ontbrekende thema’s door het uitvoeren van de stresstest light.

In het Deltaplan is opgenomen dat er een gestandaardiseerde stresstest wordt ontwikkeld. Deze standaardisering gaat over de input en output van de stresstest, niet over het instrument zelf. Deze handreiking is de eerste stap in de standaardisering. De stresstest light geeft een eerste indruk van de kwetsbaarheden van een gebied als gevolg van verandering in het klimaat. Op dit moment wordt gewerkt aan verdere standaardisatie. Nader onderzoek blijft altijd nodig voor het onderzoeken en bepalen van maatregelen.

Aanpak van de problematiek van bodemdaling maakt geen deel uit van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, maar bodemdaling zorgt in verschillende regio’s wel voor grotere kwetsbaarheden voor wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Omdat bodemdaling deze opgaven kan vergroten, heeft het wel een plaats in deze stresstest light.

Deze handreiking is in opdracht van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie opgesteld door AT Osborne (versie 1.0 - februari 2018)

Afbeelding Handreiking Stresstest
Download de Pdf-vorm van deze handreiking (pdf, 1.2 MB).

Sla de introductie van de stresstest over en ga direct naar de thema's wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen

Voorblad handreiking klimaatstresstest (2014)

Wanneer u de vorige versie van de handreiking wilt ontvangen (Van de Ven et al. 2014), kunt u een verzoek hiertoe indienen.

Voorbeelden

Verschil stresstest en stresstest light

De stresstest light is bedoeld voor het vergroten van de bewustwording van effecten van klimaatverandering. De stresstest light brengt de kwetsbaarheid van een gebied op hoofdlijnen in beeld. De stresstest light is gebaseerd op statische kaartbeelden, eenvoudig van aard, kosteloos toegankelijk en gebaseerd op de Klimaateffectatlas.

De stresstest is bedoeld om met een modelinstrumentarium de mogelijke kwetsbaarheden van een gebied tot in detail te verkennen en eventuele maatregelen te bepalen. De stresstest is dan ook bedoeld om de risicodialoog te ondersteunen met technische informatie. De stresstest is dynamisch, meer gedetailleerd en kan verschillende berekeningen uitvoeren. De stresstest vraagt deskundigheid bij de gebruikers.

Wat is de stresstest (light) niet?

  • De stresstest stelt geen normen. U kunt niet zakken of slagen.
  • De stresstest legt geen maatregelen op, die worden in overleg bepaald.
  • De stresstest is geen kostenraming.
  • Uit de stresstest blijkt niet de situatie in 2050; de stresstest is gebaseerd op scenario’s en geeft een eerste beeld van kwetsbaarheden.

Behalve het klimaat veranderen ook technische inzichten en maatschappelijke wensen. We blijven dus adaptief werken.

Toepassing van de stresstest light

Voor het gebruiken van de stresstest light is hieronder een tweedelig stappenplan opgenomen. Met het doorlopen van deze twee stappen voldoet u aan de eerste van de 7 ambities van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie; het in beeld brengen van uw kwetsbaarheden. De beschrijving geeft aan welke twee stappen doorlopen moeten worden om inzicht te krijgen in de kwetsbaarheden van een bepaald gebied. Het is nadrukkelijk geen blauwdruk, en laat ruimte voor inbreng van eigen specifieke zaken, kennis en ervaringen.

Stap 1a: Eerste inzichten

Voor ieder van de vier klimaatthema’s is in deze handreiking een aantal essentiële vragen benoemd. Deze vragen kunt u beantwoorden met behulp van beschikbare informatie (kaartbeelden) uit de Klimaateffectatlas. Of met behulp van eventuele resultaten van uw eigen stresstest. Als u nog niet eerder met de Klimaateffectatlas gewerkt hebt, bekijk dan deze video.

De kaartbeelden als antwoord op de essentiële vragen, geven een eerste beeld van waar binnen uw gebied de mogelijke kwetsbaarheden liggen. Vergelijk deze met uw eigen kennis en ervaringen. Vul de antwoorden aan en verbeter eventueel de uitkomsten.

Stap 1b: Benutten lokale en regionale kennis

Alleen de kaartbeelden zijn onvoldoende. Bespreek de kaartbeelden uit stap 1a met uw collega’s. Denk hierbij in ieder geval aan de collega’s die bezig zijn met water, riool, openbare ruimte, groen, ruimtelijke ordening, infra, beheer en onderhoud, cultureel erfgoed en gebiedsontwikkeling. Maar kijk ook buiten uw eigen organisatie. Betrek het waterschap, de provincie, de veiligheidsregio en de GGD. Deze instanties beschikken veelal over gedetailleerdere informatie over de kwetsbaarheden dan de gegevens uit de Klimaateffectatlas. Vraag hiernaar en verwerk deze.

U hebt nu uw kwetsbaarheden in beeld gebracht en inzicht in uw klimaatopgave. U heeft de eerste ambitie van DpRA afgerond.

Het vervolg: de risicodialoog

Met een eerste inzicht in de kwetsbaarheden voor de vier thema’s heeft u inzicht in de klimaatopgave waarvoor u staat. Dit inzicht is het startpunt van het werken richting een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van uw beheergebied. De overheid kan de klimaatopgave niet alleen oplossen. Veel partijen zullen betrokken moeten worden bij de gezamenlijke zoektocht naar maatregelen, oplossingen en meekoppelkansen. Uw klimaatopgave moet dan ook besproken worden met alle betrokken partijen. Welke dat zijn hangt af van uw klimaatopgave; onderaan deze pagina vindt u een aantal mogelijke voorbeelden. Deze dialoog met alle partijen is de risicodialoog.

In de risicodialoog worden de opgave en ambities besproken en worden samen mogelijke oplossingen en maatregelen verkend en onderzocht. Vaak zullen aanvullende gegevens nodig zijn voordat over maatregelen gesproken kan worden. Daarvoor zijn meer of minder complexe modelinstrumenten noodzakelijk. Deze modelinstrumenten noemen we stresstesten. Stresstesten zijn dus nodig om de risicodialoog te ondersteunen en vormen een onderdeel van de totale risicodialoog. Overigens kunt u ook zelf deze verdiepende stresstesten (laten) uitvoeren, voordat u de risicodialoog aangaat.

De complexiteit van de opgave en het proces (ambitie, verkenning van oplossingen, aanvullende gegevens, berekeningen, dialoog) betekent dat de risicodialoog een iteratief proces is om tot een gezamenlijke agenda te komen. Daarnaast gaat het in de risicodialoog ook over stimuleren en faciliteren van initiatieven, borgen en reguleren van ontwikkelingen, het handelen tijdens calamiteiten en eventuele meekoppelkansen. De risicodialoog is daarmee met name een procesmatige opgave.

Uiteindelijk leidt een risicodialoog tot een bepaalde ambitie in het tegengaan van of omgaan met de effecten van klimaatverandering door de betrokken partijen. Hierbij hoort ook een uitvoeringsprogramma met maatregelen.

De uitkomst: Besluiten tot maatregelen

Uit de risicodialoog komen uiteindelijk voorstellen wie welke maatregelen gaat treffen. Dit kan een enkele maatregel zijn, maar ook een pakket aan maatregelen, te realiseren door verschillende partijen. Omdat de risicodialoog gezamenlijk wordt gevoerd, zijn de besluiten tot maatregelen ook een gezamenlijk bestuurlijk besluit.

Hoe dan ook is het voorafgaand aan het besluiten tot maatregelen goed om eens te kijken naar de vele praktijkvoorbeelden die Nederland rijk is.

Tot slot: Blijf adaptief!

De bebouwde omgeving verandert minstens zo snel als het klimaat. Vandaar dat in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie afgesproken is dat stresstesten iedere zes jaar worden herhaald. Door zo een vinger aan de pols te houden blijft Nederland klimaatbestendig.

Tips:

1. Voor een eenvoudige uitleg over de verschillende buien zie deze publicatie van Rioned.

2: Omdat de Klimaateffectatlas alleen beschikt over kaarten die landsdekkend zijn is het mogelijk dat bepaalde effecten van klimaatverandering die juist in uw gebied voor extra problemen zorgen, niet voldoende in de KEA zijn geïdentificeerd. Een goed overzicht van alle effecten van klimaatverandering is te vinden in de Nationale Adaptatie Strategie bladzijde 12 t/m 16.

3: Bewaak tijdens het proces dat alle dreigingen aan bod komen. Zowel wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen vragen aandacht.

4: In het Deltaplan is afgesproken dat de overheden resultaten van de stresstest openbaar maken. Op die manier kunnen organisaties en inwoners zichzelf een beeld vormen en bepalen welke bijdrage zij kunnen leveren.

Aan de slag: Stap 1a – Eerste inzichten

Klimaateffectatlas

Bij het opstellen van deze handreiking is een aantal uitgangspunten gehanteerd. Ten eerste is de informatie die in deze handreiking wordt toegelicht, gratis en publiek toegankelijk. Voor de onderwerpen in deze handreiking geldt dat hiervoor tijdens het opstellen van de handreiking kaartmateriaal voor heel Nederland beschikbaar is. Veel beelden in deze handreiking zijn afkomstig van de Klimaateffectatlas. De Klimaateffectatlas heeft publiek toegankelijke informatie(bronnen) aan elkaar gelinkt en vormt daarmee een centrale verzamelplaats voor kaartmateriaal over klimaateffecten. Dat wil overigens absoluut niet zeggen dat andere bronnen niet gebruikt kunnen worden.

In de Klimaateffectatlas wordt op verschillende onderwerpen de huidige situatie vergeleken met het jaar 2050. Het is zeker dat het klimaat tegen die tijd anders is dan nu, maar daar hangen nog grote onzekerheden aan vast. Mede om die reden gaat de Klimaateffectatlas uit van het scenario waarin het klimaat in het algemeen het sterkst verandert; KNMI 2014-klimaatscenario WH. Hierin zijn de wereldwijde temperatuurstijging en verandering in luchtstromen het grootst.  Dit scenario is meestal het worst case-scenario voor klimaateffecten. Voor wateroverlast geldt dat het WL-scenario op onderdelen nog extremer is. Meer informatie over de KNMI 2014 klimaatscenario’s vindt u op de website van het KNMI.

Leeswijzer

De Klimaateffectatlas geeft een eerste beeld van de effecten van klimaatverandering op een gebied. Hiervoor wordt in deze handreiking per thema eerst ingegaan op de verandering van het klimaat. Wat betekent de klimaatverandering nu precies voor de thema’s overstromingen, wateroverlast, droogte en hitte? Daarna wordt een beeld gegeven van de mechanismen die daarbij een rol spelen. Zo betekent de klimaatverandering bijvoorbeeld dat er een toename is van het neerslagtekort in het groeiseizoen [verandering]. Per gebied kan vervolgens in beeld gebracht worden wat dit betekent voor de grondwaterstanden in de zomer [mechanisme] en vervolgens de effecten op de landbouw [schadegevoeligheid].

In deze handreiking wordt voor de vier thema’s hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen een aantal essentiële vragen geschetst, vanuit het doel van bewustwording en agendering. Met behulp van indicatieve kaartbeelden uit de Klimaateffectatlas worden deze effecten geïllustreerd. Kleurstelling van legenda’s in deze handreiking kan afwijken van de bijbehorende kaarten, doordat kaartlagen semi-transparant worden weergegeven. Voor ieder van de vragen wordt toegelicht welke klimaateffecten in de toekomst kunnen optreden en welke impact deze effecten kunnen hebben. Klik op één van de tegels hieronder om naar het thema te gaan.

In deze handreiking ziet u soms tips staan. Deze helpen u om de informatie die u ziet, te vertalen naar uw eigen gebied. Daarbij worden bijvoorbeeld tips gegeven hoe u bepaalde gegevens kunt interpreteren, gebruiken of koppelen aan informatie die u zelf mogelijk heeft.

Als laatste onderdeel wordt onderaan deze pagina een aantal suggesties gedaan over het vervolg na de uitvoering van de stresstest light met behulp van deze handreiking. Hierin wordt u aangemoedigd om ook met uw gebiedspartners in gesprek te gaan.

De handreiking is gezamenlijk ontwikkeld

Ruimtelijke adaptatie is een onderwerp dat veel partijen raakt en bindt. Deze handreiking is dan ook opgesteld met behulp van deze partijen: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Vereniging Nederlandse Gemeenten, Unie van Waterschappen, Interprovinciaal Overleg, NL-Ingenieurs, KNMI, Deltares, RIONED, stichting Climate Adaptation Services, Stowa en het Nederlands Normalisatie-instituut.

Vervolg na de stresstest light

Stap 1a – Eerste inzichten op basis van stresstest light

U heeft op basis van deze handreiking een aantal kaartbeelden voor uw gebied verzameld en daarmee een stresstest light uitgevoerd. Hiermee heeft u een eerste beeld waar in uw gemeente of waterschap mogelijke kwetsbaarheden liggen. De kaartbeelden alleen zijn nog onvoldoende om concrete maatregelen te nemen.

Stap 1b – Benutten lokale en regionale kennis

Vergelijk de kaartbeelden daarom met uw eigen kennis en ervaringen. Vul de antwoorden aan en verbeter waar mogelijk de uitkomsten. Bespreek deze met uw collega’s. Denk hierbij in ieder geval aan de collega’s die bezig zijn met water, riool, openbare ruimte, groen, ruimtelijke ordening, infra, beheer en onderhoud, cultureel erfgroed en gebiedsontwikkeling.

Kijk ook eens buiten uw eigen organisatie. Betrek partijen als de gemeente, het waterschap, de provincie, de veiligheidsregio en de GGD. Deze instanties beschikken veelal over gedetailleerdere informatie over de kwetsbaarheden dan de gegevens uit de Klimaateffectatlas. Vraag hiernaar en verwerk deze gegevens.

U hebt nu uw kwetsbaarheden in beeld gebracht en inzicht in uw klimaatopgave. U heeft de eerste ambitie van DpRA afgerond.

U kunt ook overwegen om op basis hiervan de mogelijke kwetsbaarheden tot in detail te onderzoeken en eventuele maatregelen te verkennen. Hiervoor heeft u diepgaandere stresstesten nodig. Dit zijn veelal modelinstrumenten met technische informatie. Deze diepgaandere stresstesten kunt u na de stresstest light uitvoeren, maar u kunt met uw gebiedspartners ook besluiten om deze (gezamenlijk) gedurende de risicodialoog met deze partijen uit te voeren. Deze keuze maakt u zelf.

De risicodialoog

Met een eerste inzicht in de kwetsbaarheden voor de vier thema’s heeft u inzicht in de klimaatopgave waarvoor u staat. Dit inzicht is het startpunt van het werken richting een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van uw beheergebied. De overheid kan de klimaatopgave niet alleen oplossen. Veel partijen zullen betrokken moeten worden bij de gezamenlijke zoektocht naar maatregelen, oplossingen en meekoppelkansen. Uw klimaatopgave moet dan ook besproken worden met alle betrokken partijen. Welke dat zijn hangt af van uw klimaatopgave, maar in annex 2 van dit document (pdf, 42 kB) vindt u een aantal mogelijke voorbeelden. Ook het onderstaande tekstvak geeft voor de thema’s wateroverlast en overstromingen een beeld van verschillende partijen waarmee het dialoog gevoerd kan worden. Deze dialoog met alle partijen is de risicodialoog.

Het doel van de risicodialoog is tweeledig: de dialoog draagt bij aan het vergroten van het bewustzijn over de kwetsbaarheid voor klimaatextremen en dient tot het bespreken van mogelijkheden om deze kwetsbaarheid door middel van concrete maatregelen te verkleinen. In de risicodialoog worden de opgave en ambities besproken en worden samen mogelijke oplossingen en maatregelen verkend en onderzocht. Tijdens de risicodialoog staan onder meer de volgende vragen centraal:

  • Zijn de in beeld gebrachte kwetsbaarheden juist?
  • Welke kansen biedt de verandering van het klimaat?
  • Welke problemen of toekomstige problemen willen we oplossen?
  • Op welk schaalniveau liggen oplossingen (lokaal of regionaal)?
  • Welke meekoppelkansen kunnen we benutten?
  • Is er behoefte aan aanvullende onderzoeken of kennis?
  • Wie gaat welke maatregelen uitvoeren?

Tijdens de risicodialoog is het verkennen van mogelijke oplossingen belangrijk. Vaak zullen aanvullende gegevens nodig zijn voordat over maatregelen gesproken kan worden. Daarvoor zijn meer diepgaande stresstesten in de vorm van modelinstrumenten nodig. Deze worden door diverse adviesbureaus aangeboden. Stresstesten zijn dus nodig om de risicodialoog te ondersteunen en vormen een onderdeel van de risicodialoog. Dergelijke stresstesten kunt u ook al eerder uitvoeren,als uw eigen organisatie behoefte heeft aan meer detailinformatie of het verkennen van adaptatiemaatregelen.

De complexiteit van de opgave en het proces (ambitie, verkenning van oplossingen, aanvullende gegevens, berekeningen, dialoog) betekent dat de risicodialoog geen eenmalig gesprek is. De risicodialoog is een iteratief proces om tot een gezamenlijke agenda te komen. Daarnaast gaat het in de risicodialoog ook over stimuleren en faciliteren van initiatieven, borgen en reguleren van ontwikkelingen, het handelen tijdens calamiteiten en eventuele meekoppelkansen. De risicodialoog is dus niet zozeer een technische opgave, maar vooral een organisatorische uitdaging tot samenwerking en commitment.

In onderstaand tekstvak worden de verantwoordelijkheden voor verschillende partijen over het tegengaan van wateroverlast, overstromingen en droogte geschetst. Voor hitte zijn de verantwoordelijkheden beschreven in het Nationaal Hitteplan , ruimtelijke verantwoordelijkheden zijn nog niet belegd.

Wateroverlast, overstromingen en droogte – wie is verantwoordelijk?

Eigenaren van gebouwen en terreinen zorgen voor verwerking van hemelwater en van grondwater op eigen terrein voor zover redelijkerwijs mogelijk en de gemeente dat van hen vraagt. Ook zijn zij verantwoordelijk voor binnenriolering en aansluiting naar het openbare riool. Daarnaast ligt de grondwater ontwatering op eigen terrein bij de eigenaren en zijn zij ook verantwoordelijk voor toepassing van de bouwvoorschriften en hun eigen funderingen. De voorschriften bepalen in essentie onder meer dat dak, muren en begane grondvloer van een gebouw waterdicht moeten zijn. In het buitengebied kunnen zij ook onderhoudstaken hebben voor wateren.

Gemeenten hebben zorgtaken voor hemelwaterafvoer, rioolwaterinzameling en grondwateroverlast en -onderlast door doelmatige maatregelen in de openbare ruimte. Zij zorgen voor de riolering in het openbaar gebied inclusief eventuele infiltratie- en bergingsvoorzieningen. Gemeenten zijn ook verantwoordelijk voor de ruimtelijke inrichting en kunnen bouwvoorschriften of regels voor hemelwaterverwerking op private terreinen opleggen. Via de veiligheidsregio’s kunnen bij calamiteiten aanvullende maatregelen worden genomen.

Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de regionale wateren, zoals beken, kanalen en poldervaarten. Zij bepalen en handhaven de peilen in laag Nederland, waarbij zij rekening houden met het landgebruik. In hoog Nederland reguleren en onderhouden zij de beken en overige wateren. Waterschappen stemmen hun oppervlaktewaterbeheer mede af op de goede grondwaterstanden. De berging- en afvoercapaciteit wordt afgestemd op het functiespecifieke beschermingsniveau. Waterschappen zorgen ook dat de regionale keringen voldoende bescherming bieden. Bij calamiteiten kunnen waterschappen aanvullende maatregelen nemen, zoals de inzet van mobiele pompen.
Waterschappen dragen zorg voor de primaire waterkeringen langs zee, rivieren en grote meren. Ook zorgen ze voor zuivering van afvalwater en de kwaliteit en ecologie van het oppervlaktewater. Tenslotte geven ze via het instrument waterbeschikbaarheid inzicht in beschikbaarheid en risico op tekort van zoetwater en hebben ze een adviesrol bij ruimtelijke plannen.

Provincies stellen het beschermingsniveau voor wateroverlast en de regionale keringen formeel vast. Ook geven zij de kaders voor de ruimtelijke inrichting, waarbij aspecten als waterbeschikbaarheid kunnen doorwerken. Provincies kunnen kaders stellen voor kwantitatief grondwaterbeheer en zijn verantwoordelijk voor de grondwaterkwaliteit.

Rijk: Rijkswaterstaat beheert grote wateren als de zee en rivieren. Zij is met de waterschappen verantwoordelijk voor het voorkomen van overstromingen. RWS draagt daarbij met name zorg voor de verbindende dammen, stuwen en stormvloedkeringen. Ook beschermt RWS samen met waterschappen de kust en geeft het rivieren meer ruimte. Op rijksniveau worden ook kaders gesteld voor primaire waterkeringen, bouwvoorschriften en zoetwaterverdeling bij schaarste (verdringingsreeks).