Gevolgbeperking overstromingen

Nederland is een laagliggende Delta en van oudsher gevoelig voor overstromingen vanuit beken, rivieren en zee. In de loop der eeuwen is een systeem opgebouwd dat Nederland droog houdt. Dit systeem bestaat uit dijken, dammen en duinen (waterkeringen). Gemalen zorgen voor de afvoer van het overtollige water vanuit de laaggelegen polders; beken zorgen voor de afvoer van water vanuit de ‘hoge gronden’.

De waterkeringen en ingrepen om rivieren de ruimte te geven, zorgen ervoor dat de kans op een overstroming klein is. Wat de maximale kans op de doorbraak van een kering mag zijn, is vastgelegd in normen. Normen voor primaire waterkeringen liggen vast in de Waterwet en normen voor regionale waterkeringen liggen vast in provinciale verordeningen. Voor het vaststellen van de normen is gebruikgemaakt van een risicobenadering. In het algemeen geldt: hoe groter de gevolgen zijn als een kering doorbreekt, hoe kleiner de kans mag zijn dat dit gebeurt.

Maar het kán een keer misgaan. In dat geval overstroomt er een gebied, ontstaat schade en vallen mogelijk slachtoffers. Een slimme (aanpassing van de) inrichting van een gebied kan de schade en het aantal slachtoffers beperken. Voorbeelden hiervan zijn ophoging van het maaiveld bij nieuwe ontwikkelingen, een verhoogde aanleg van een weg of de aanwezigheid van voldoende vluchtplekken. Omdat deze ruimtelijke maatregelen de gevolgen van een overstroming beperken, is het thema ‘gevolgbeperking overstromingen’ onderdeel van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. De maatregelen helpen soms ook bij het beperken van de gevolgen van wateroverlast door hevige neerslag. Meer achtergrondinformatie over overstroming is op deze pagina te vinden.

Vitale en kwetsbare infrastructuur neemt een bijzondere positie in bij het thema ‘overstromingen’. Nationale vitale en kwetsbare functies zijn functies die bij een overstroming tot ernstige schade leiden voor mens, milieu of economie óf die juist noodzakelijk zijn voor het herstel van een gebied.

Overstromingsrisico = kans x gevolg
Het waterveiligheidsbeleid is gebaseerd op een risicobenadering. Hierbij wordt het risico bepaald door de kans op een gebeurtenis en de gevolgen ervan. Dit vertaalt zich in ‘meerlaagsveiligheid’ als beleid. De eerste laag is het beperken van de kans op een overstroming. De tweede laag richt zich op het beperken van de gevolgen – door ruimtelijke inrichting. De derde laag richt zich op het beperken van gevolgen – door rampenbestrijding (crisismanagement en herstel). Soms levert een ingreep in de tweede laag (inrichten van hoogwatervrije shelters) een bijdrage aan de derde laag.

De eerste laag is dominant in het waterveiligheidsbeleid; er zijn normen voor de verschillende typen keringen. De normen voor de primaire waterkeringen zijn gebaseerd op het principe dat – voor iemand die in Nederland achter een dijk woont – de kans om te overlijden als gevolg van een overstroming niet groter mag zijn dan 0,001% per jaar (0,1% in een mensenleven). Daarnaast wordt extra bescherming geboden op plaatsen waar een kans is op grote groepen slachtoffers, en/of grote economische schade, en/of ernstige schade door de uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang. De normen zijn weergegeven in zes klassen van overstromingskansen, variërend van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per jaar. Gevolgbeperkende maatregelen zijn dus aanvullend op de veiligheid die wordt geboden door de eerste laag. Voor de tweede en derde laag zijn geen specifieke eisen vastgelegd. Bij berekeningen van de risico’s is wel rekening gehouden met evacuatie. Er is uitgegaan van een voorzichtige inschatting van het percentage mensen dat het bedreigde gebied kan verlaten vóór de doorbraak, maar dit is geen prestatie-eis.

Gebruik basisinformatie

De basisinformatie over de kwetsbaarheid van Nederland voor overstromingen geeft zoveel inzicht, dat deze wordt aanbevolen als standaard voor gevolgbeperking overstromingen. Raadpleeg ten minste de volgende kaarten en Kaartverhalen in de Klimaateffectatlas:

Op basis hiervan kan bepaald worden of het nodig is om meer informatie bij elkaar te brengen op objectniveau, bijvoorbeeld met behulp van zogenoemde waterrisicodiagrammen. Zie: creëer informatie op maat.

Zij gevolgbeperkende maatregelen nodig en mogelijk

Creëer informatie op maat

De waterdiepten die kunnen optreden bij overstromingen en wateroverlast, en de daarbij behorende globale kans van optreden in 2050, geven een eerste inzicht in de kwetsbaarheid van een gebied. Breng vervolgens de kwetsbaarheid van een gebied of object nader in beeld; bijvoorbeeld door meer gedetailleerde overstromingsscenario’s te bekijken en de functies in het gebied in beschouwing te nemen. Hiermee worden de kans van optreden, de overstromingsdiepte en de gevolgen nauwkeuriger in beeld gebracht. In de Citydeal Klimaatadaptatie is een werkwijze (pdf, 5 MB) opgesteld. Ook de informatie van het stresstestonderdeel wateroverlast kan worden benut.

Overzicht met behulp van een waterrisicoprofiel
In onderstaande figuur zijn alle, voor een bepaalde locatie, relevante wateroverlast- en overstromingsscenario’s in beeld gebracht. In dit zogenoemde waterrisico-profiel is de frequentie weergegeven waarmee een bepaalde overstromingsdiepte statistisch wordt overschreden. Er is bijvoorbeeld elk jaar een kans van 1 op 10.000 dat er een overstroming plaatsvindt met een waterdiepte van circa 1,85 meter.

Illustratie waterrisicoprofiel

Illustratie waterrisicoprofiel (Bron: Waterrisico’s bij ruimtelijke ontwikkelingen en assets, Citydeal Klimaatadaptatie)

Identificatie van onderliggende overstromingsgebeurtenissen: regenval en watersysteem
Om de gevolgen van hevige, kortdurende regenval op lokaal niveau gedetailleerder in beeld te brengen, kan men geavanceerde modellen gebruiken die rekening kan houden met de lokale waterhuishouding (watergangen, rioolafvoercapaciteit enzovoort). Daarbij wordt (ook) gerekend met de voorgeschreven bui-intensiteiten zoals beschreven bij het thema wateroverlast.

Bij overstromingen vanuit een overbelast watersysteem, is het van belang om na te gaan welke individuele overstromingsscenario’s in een bepaald gebied of bij een object optreden, en hoe diep het daarbij wordt. Dit kan worden nagegaan met de lokale waterbeheerder of een adviesbureau, aan de hand van het landelijke informatiesysteem water en overstromingen (LIWO). Ook de daarbij optredende schade en het aantal slachtoffers, kan in LIWO worden opgezocht of eventueel zelf worden bepaald met behulp van de Schade en Slachtoffermodule 2017 voor het betreffende deelgebied. Dit geeft een beeld van de kleine en grote overstromingsscenario’s en er kan een waterrisico-profiel worden opgesteld. Elke trede van het ‘trappetje’ representeert een bepaald overstromingsscenario. Het ‘trappetje’ brengt alle combinaties in beeld van kansen en gevolgen van overstromingen en wateroverlast. In een latere fase – of in de risicodialoog – kan aan de hand hiervan worden nagegaan of er gebeurtenissen zijn, waarbij de hoeveelheid schade, het aantal slachtoffers of de optredende maatschappelijke ontwrichting onacceptabel is. In dat geval zijn maatregelen wenselijk.

Illustratie van een waterrisicodiagram
Een vervolg op het in beeld brengen van de blootstelling van functies en objecten, is het inschatten van het gevolg van deze blootstelling. Om de gevolgen van een bepaalde blootstelling in beeld te brengen, is in een traject van de City Deal Klimaatadaptatie een methodiek uitgewerkt die risicodiagrammen voor wateroverlast en overstromingen oplevert. In de methodiek worden gevolgen ondergebracht in vier categorieën:

  • Schade
  • Slachtoffers
  • Maatschappelijke ontwrichting (aantal dagen van uitval)
  • Imago (inclusief milieuschade en het effect op biodiversiteit)

Per functie of objecttype wordt een inschatting gemaakt van het gevolg van de blootstelling.

waterrisicodiagram

waterrisicodiagram1

Illustratie ontwikkelen waterrisicodiagram (Bron: Waterrisico’s bij ruimtelijke ontwikkelingen en assets, Citydeal Klimaatadaptatie)

Afhankelijk van de grootte van de gevolgen is de ernst aangegeven. Het classificeren van de ernst van de gevolgen (catastrofaal, ernstig, enzovoort) is overigens geen onderdeel van de stresstest, maar onderdeel van de risicodialoog.

De figuur toont een voorbeeld van een risicodiagram. Een toelichting op de methodiek en werkwijze van de waterrisicodiagrammen is te vinden in rapportage van de City Deal Klimaatadaptatie. (pdf, 5 MB) Naast inzicht in de kans van optreden en de gevolgen (vermeden schade, het aantal gedupeerden en eventuele slachtoffers), is het van belang om inzicht te hebben in de kosten van kansrijke maatregelen. Met die informatie kan een risicoafweging worden gemaakt. Bij lage overstromingsdiepten (0-20 cm, max. 50 cm) zullen naar verwachting de maatregelen gericht zijn op het voorkómen van schade. Bij grotere overstromingsdiepten (>2m) zullen de maatregelen veelal gericht zijn op het voorkómen van slachtoffers. Met name bij nieuwbouw en verbouwingen zijn structurele maatregelen kansrijk, bij bestaande bouw meestal alleen noodmaatregelen (zoals zandzakken of deurschotten).


overstroming-vk